A A A A A

Mysteries: [Lotsbestemming]


Hooglied 6:10
Wat hij ook is, voorlang is zijn naam genoemd en het is bekend, dat hij mens is: hij kan niet rechten met Hem, die sterker is dan hij.

Habakuk 2:3
Want wel wacht het gezicht nog tot de bestemde tijd, maar het spoedt zich zonder falen naar het einde; als het vertoeft, verbeid het, want komen zal het gewis; uitblijven zal het niet.

Jesaja 46:10
Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen;

Jesaja 55:11
alzo zal mijn woord, dat uit mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend.

Jeremia 1:5
Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend, en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd; tot een profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld.

Jeremia 17:10
Ik, de HERE, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat, om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden.

Johannes 16:33
Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.

Numeri 23:19
God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?

Prediker 16:3
Beveel de HERE uw werken, dan zullen uw voornemens gelukken.

Prediker 19:20-24
[20] Luister naar raad en neem vermaning aan, opdat gij ten slotte wijs wordt.[21] Vele zijn de overleggingen in het hart des mensen, maar de raad des HEREN, die zal bestaan.[22] Het aantrekkelijke van de mens is zijn welwillendheid; beter is een arme dan een leugenachtig man.[23] De vreze des HEREN is ten leven; men overnacht verzadigd, door het kwaad niet bezocht.[24] Al heeft de luiaard zijn hand in de schotel gestoken, hij brengt ze niet eens aan de mond.

Psalmen 37:37
Sla de vrome gade en zie op de oprechte, want de man des vredes heeft nakroost;

Psalmen 138:8
De HERE zal het voor mij voleindigen. O HERE, uw goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Laat niet varen de werken uwer handen.

Openbaring 20:12
En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken.

Romeinen 12:2
En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Romeinen 8:28-29
[28] Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.[29] Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen;

Efeziërs ২:৮-৯
[৮] Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God;[৯] niet uit werken, opdat niemand roeme.

1 Petrus 2:8-9
[8] voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn.[9] Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht:

1 Korintiërs 2:7-9
[7] maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid.[8] En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.[9] Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.

Jeremia 29:11-14
[11] Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des HEREN, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.[12] Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen;[13] dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart.[14] Dan zal Ik Mij door u laten vinden, luidt het woord des HEREN, en in uw lot een keer brengen; dan zal Ik u verzamelen uit alle volkeren en van alle plaatsen waarheen Ik u verstoten heb, luidt het woord des HEREN, en u terugbrengen naar de plaats vanwaar Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren.

Dutch NBG Bible 1951
Public Domain 1951