A A A A A

Leven: [Dieren]


Genesis 1:21
Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens, waarvan de wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

Genesis 1:30
Maar aan al het gedierte der aarde en al het gevogelte des hemels en al wat op de aarde kruipt, waarin leven is, (geef Ik) al het groene kruid tot spijze; en het was alzo.

Jakobus 3:7
Want alle soorten van wilde dieren en vogels, van kruipende dieren en zeedieren worden bedwongen en zijn bedwongen door de menselijke natuur,

Jeremia 8:7
Zelfs de ooievaar aan de hemel kent zijn vaste tijden en tortelduif en zwaluw nemen de tijd van hun komst in acht, maar mijn volk kent het recht des HEREN niet.

Job 35:11
die ons verstandiger maakt dan het gedierte der aarde, ons wijsheid verleent boven het gevogelte des hemels?

Lucas 3:6
en alle vlees zal het heil Gods zien.

Lucas 12:24
Let op de raven, zij zaaien niet en zij maaien niet, zij hebben geen voorraadkamer of schuur, en toch voedt God ze. Hoe ver gaat gij de vogelen te boven!

Matteüs 6:26
Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven?

Prediker 12:10
De rechtvaardige weet wat toekomt aan zijn vee, maar de barmhartigheid der goddelozen is wreed.

Psalmen 104:21
de jonge leeuwen brullen om roof en begeren hun spijze van God.

Genesis 2:19-20
[19] En de HERE God formeerde uit de aardbodem al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels. Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het heten.[20] En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.

Genesis 9:2-3
[2] En de vrees en de schrik voor u zij over al het gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.[3] Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid.

Genesis 1:24-28
[24] En God zeide: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo.[25] En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.[26] En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.[27] En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.[28] En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.

Prediker 6:6-8
[6] Ga tot de mier, gij luiaard, zie haar wegen en word wijs:[7] hoewel zij geen aanvoerder heeft, noch leidsman, noch heerser,[8] bereidt zij in de zomer haar brood, verzamelt zij in de oogst haar spijs.

Psalmen 8:6-9
[6] Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond.[7] Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd:[8] schapen en runderen altegader en ook de dieren des velds,[9] de vogelen des hemels en de vissen der zee, hetgeen de paden der zeeën doorkruist.

Job 12:7-10
[7] Maar vraag toch het gedierte, en het zal u onderrichten; het gevogelte des hemels, en het zal u inlichten.[8] Of spreek tot de aarde, en zij zal u onderrichten, en laat de vissen der zee het u vertellen.[9] Wie onder deze alle weet niet, dat de hand des HEREN dit doet,[10] in wiens hand de ziel is van al wat leeft en de geest van ieder sterveling?

Jesaja 11:6-9
[6] Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden;[7] de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund;[8] dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.[9] Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken.

Hooglied 3:18-21
[18] Dixi in corde meo de filiis hominum, ut probaret eos Deus, et ostenderet similes esse bestiis.[19] Idcirco unus interitus est hominis, et iumentorum, et aequa utriusque conditio: sicut moritur homo, sic et illa moriuntur: similiter spirant omnia, et nihil habet homo iumento amplius: cuncta subiacent vanitati,[20] et omnia pergunt ad unum locum: de terra facta sunt, et in terram pariter revertuntur.[21] Quis novit si spiritus filiorum Adam ascendat sursum, et si spiritus iumentorum descendat deorsum?

Psalmen 148:7-12
[7] Laudate Dominum de terra, dracones, et omnes abyssi.[8] Ignis, grando, nix, glacies, spiritus procellarum: quae faciunt verbum eius:[9] Montes, et omnes colles: ligna fructifera, et omnes cedri.[10] Bestiae, et universa pecora: serpentes, et volucres pennatae:[11] Reges terrae, et omnes populi: principes, et omnes iudices terrae.[12] Iuvenes, et virgines: senes cum iunioribus laudent nomen Domini:

Latin Sistina Bible
Public Domain: Latin Sistina