A A A A A

Leven: [Veroudering]


1 Timoteüs 5:8
Maar indien een vrouw voor de haren, en nog wel voor haar huisgenoten, niet zorgt, dan heeft zij haar geloof verloochend en is zij erger dan een ongelovige.

2 Korintiërs 4:16
Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd.

Deuteronomium 32:7
Gedenk aan de dagen van weleer let op de jaren van geslacht na geslacht; vraag uw vader, dat hij het u meedele, uw oudsten, dat zij het u zeggen.

Deuteronomium 34:7
Mozes was honderd twintig jaar oud, toen hij stierf; zijn oog was niet verduisterd en zijn kracht was niet geweken.

Hooglied 7:10
Zeg niet: Hoe komt het, dat de vroegere tijden beter waren dan deze? Want niet uit wijsheid zoudt gij aldus vragen.

Exodus 20:12
Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HERE, uw God, u geven zal.

Genesis 6:3
En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn.

Genesis 25:8
En Abraham gaf de geest en stierf in hoge ouderdom, oud en van het leven verzadigd, en hij werd vergaderd tot zijn voorgeslacht.

Jesaja 40:29
Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte.

Jesaja 46:4
Tot de ouderdom ben Ik dezelfde en tot de grijsheid toe zal Ik u torsen; Ik heb het gedaan en Ik zal dragen, Ik zal torsen en redden.

Job 5:26
In hoge ouderdom zult gij ten grave dalen, zoals een garf op haar tijd wordt binnengehaald.

Job 12:12-20
[12] Bij grijsaards zou wijsheid zijn, en lengte van dagen zou doorzicht betekenen?[13] Bij Hem is wijsheid en sterkte, Hij heeft raad en doorzicht.[14] Breekt Hij af, er wordt niet opgebouwd; sluit Hij iemand op, er wordt niet ontsloten;[15] houdt Hij de wateren terug, zij verdrogen; laat Hij ze gaan, zij woelen de aarde om.[16] Bij Hem is kracht en beleid, Zijns is de misleide en de misleider.[17] Raadsheren zendt Hij barrevoets heen, en rechters maakt Hij tot dwazen.[18] Boeien, door koningen aangelegd, slaakt Hij en Hij bindt een band om hun lendenen.[19] Priesters zendt Hij barrevoets heen en wie vast staan, stort Hij neer.[20] Hij beneemt de spraak aan hen op wie men vertrouwen stelt, en neemt het onderscheidingsvermogen der ouden weg.

Job 32:7
Ik dacht: Laat de ouderdom spreken, en de veelheid van jaren wijsheid verkondigen.

Joël 2:28
Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien.

Leviticus 19:32
Voor het grijze haar zult gij opstaan en aan de oude zult gij eer bewijzen en voor uw God zult gij vrezen: Ik ben de HERE.

Filemon 1:9
toch geef ik ter wille van de liefde de voorkeur aan een verzoek. Nu het zó met mij is, dat ik, Paulus, een oud man ben, thans bovendien een gevangene van Christus Jezus,

Psalmen 71:9
Verwerp mij niet ten tijde des ouderdoms, begeef mij niet, nu mijn kracht vergaat.

Psalmen 71:18
wil mij dan ook tot mijn ouderdom en grijsheid, o God, niet verlaten, totdat ik aan dit geslacht uw arm verkondig, aan ieder die komt, uw sterkte.

Psalmen 73:26
al zou mijn vlees en mijn hart bezwijken, mijns harten rots en mijn erfdeel is God voor eeuwig.

Psalmen 90:10-12
[10] De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, en, indien wij sterk zijn, tachtig jaren; wat daarin onze trots was, is moeite en leed, want het gaat snel voorbij, en wij vliegen heen.[11] Wie kent de sterkte van uw toorn, en uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt?[12] Leer ons zó onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.

Psalmen 91:16
Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen, en Ik zal hem mijn heil doen zien.

Prediker 17:6
De kroon der ouden zijn kindskinderen en de eer der kinderen zijn hun ouders.

Prediker 20:29
Der jongelingen sieraad is hun kracht, en der ouden glorie is de grijsheid.

Prediker 23:22
Luister naar uw vader, die u heeft verwekt; veracht uw moeder niet, wanneer zij oud geworden is.

Psalmen 37:35
Ik zag een goddeloze, een geweldenaar, die zich uitbreidde als een weelderige woekerplant;

1 Kronieken 29:28
Toen hij in goede ouderdom, verzadigd van leven, rijkdom en eer, gestorven was, werd zijn zoon Salomo koning in zijn plaats.

1 Koningen 3:14
En indien gij op mijn wegen wandelt en mijn inzettingen en geboden bewaart, zoals uw vader David gewandeld heeft, dan zal Ik uw leven verlengen.

Psalmen 103:5
die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend.

Titus 2:3
Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende,

1 Timoteüs 5:1-2
[1] Word niet heftig tegen een oude man, maar vermaan hem als een vader; doe het jonge mannen als broeders,[2] oude vrouwen als moeders, jonge vrouwen als zusters, in alle reinheid.

Psalmen 71:8-9
[8] Mijn mond is vervuld van uw lof, de ganse dag van uw luister.[9] Verwerp mij niet ten tijde des ouderdoms, begeef mij niet, nu mijn kracht vergaat.

Filippenzen 3:20-21
[20] Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten,[21] die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.

Jesaja 46:3-4
[3] Hoort naar Mij, huis van Jakob en geheel het overblijfsel van het huis Israël, die door Mij gedragen zijt van moeders lijf aan, opgenomen van de moederschoot af.[4] Tot de ouderdom ben Ik dezelfde en tot de grijsheid toe zal Ik u torsen; Ik heb het gedaan en Ik zal dragen, Ik zal torsen en redden.

Psalmen 92:12-15
[12] mijn oog vermeit zich in hen die mij beloeren; mijn oren horen van de boosdoeners die tegen mij opstaan.[13] De rechtvaardige zal groeien als een palmboom, opschieten als een ceder van de Libanon;[14] geplant in het huis des HEREN groeien zij in de voorhoven van onze God;[15] zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen zij zijn;

Hooglied 12:1-7
[1] Gedenk dan uw Schepper in uw jongelingsjaren, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen, waarvan gij zegt: Ik heb daarin geen behagen;[2] voordat de zon verduisterd wordt evenals het licht en de maan en de sterren en de wolken na de regen wederkeren;[3] op de dag, dat de wachters van het huis beven en de sterke mannen zich krommen, en de maalsters ophouden, omdat haar aantal gering geworden is, en zij, die uit de vensters zien, hun glans verliezen,[4] en de deuren naar de straat gesloten worden; als het geluid van de molen verzwakt, en de stem hoog wordt als die van een vogel en alle tonen gedempt worden;[5] op de dag, dat men ook vreest voor de hoogte, en er verschrikkingen op de weg zijn, de amandelboom bloeit, de sprinkhaan zich voortsleept en de kapperbes niet meer helpt – want de mens gaat naar zijn eeuwig huis en de rouwklagers gaan rond op de straat –;[6] voordat het zilveren koord losgemaakt en de gouden lamp verbroken wordt; voordat de kruik bij de bron verbrijzeld en het scheprad in de put verbroken wordt,[7] en het stof wederkeert tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft.

Dutch NBG Bible 1951
Public Domain 1951