A A A A A

Engelen en duivels: [Engelen]


Genesis 2:1
Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer.

Kolossenzen 1:16
want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

Job 38:1-7
[1] Toen antwoordde de HERE Job uit een storm en zeide:[2] Wie is het toch, die het raadsbesluit verduistert met woorden zonder verstand?[3] Gord nu als een man uw lendenen, dan wil Ik u ondervragen, opdat gij Mij onderricht.[4] Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien gij inzicht hebt![5] Wie heeft haar afmetingen bepaald? Gij weet het immers! Of wie heeft over haar het meetsnoer gespannen?[6] Waarop zijn haar pijlers neergelaten, of wie heeft haar hoeksteen gelegd,[7] terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden?

Lucas 20:35-36
[35] maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen.[36] Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen Gods, omdat zij kinderen der opstanding zijn.

Openbaring 4:8
En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels en waren rondom en van binnen vol ogen en zij hadden dag noch nacht rust, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, die was en die is en die komt.

Matteüs 22:30
Immers, in de opstanding huwen zij niet en worden zij niet ten huwelijk genomen, maar zij zijn als engelen in de hemel.

2 Samuel 14:17
Ook dacht uw dienstmaagd: het woord van mijn heer de koning zal wel geruststellend zijn, want als een engel Gods, zó is mijn heer de koning, die horen kan wat goed is en kwaad. En de HERE, uw God, zij met u.

Lucas 15:10
Alzo is er, zeg Ik u, blijdschap bij de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert.

Openbaring 14:6
En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie;

Job 4:15-18
[15] Daar gleed een geest mij voorbij, deed het haar van mijn lichaam te berge rijzen.[16] Hij bleef staan, maar ik kon zijn gestalte niet onderscheiden. Een gedaante stond voor mijn ogen, en ik vernam een fluisterende stem:[17] Zou een sterveling rechtvaardig zijn tegenover God, of een man rein tegenover zijn Maker?[18] Zie, in zijn dienaren stelt Hij geen vertrouwen, en bij zijn engelen vindt Hij dwaling;

Jesaja 14:12-14
[12] Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken![13] En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden;[14] ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.

Judas 1:6
en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden;

1 Petrus 3:21-22
[21] Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus,[22] die aan de rechterhand Gods is, naar de hemel gegaan, terwijl engelen en machten en krachten Hem onderworpen zijn.

1 Petrus 1:12
Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan.

Hebreeën 12:22
Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen,

Openbaring 5:11-12
[11] En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon, en van de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen,[12] zeggende met luider stem: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom, en de wijsheid en de sterkte, en de eer en de heerlijkheid en de lof.

Psalmen 78:25-49
[25] brood der engelen at ieder, Hij zond hun teerkost tot verzadiging.[26] Aan de hemel deed Hij de oostenwind opsteken, en voerde door zijn sterkte de zuidenwind aan;[27] Hij deed vlees op hen regenen als stof, gevleugeld gevogelte als het zand der zeeën;[28] Hij deed het vallen, midden in zijn legerplaats, rondom zijn woning.[29] Zij aten en werden volop verzadigd, en Hij schonk aan hen hun begeerte.[30] Nog hadden zij hun begeerte niet gestild, nog was hun spijze in hun mond –[31] daar verhief Gods toorn zich tegen hen, richtte een slachting aan onder hun welgedanen en velde de jonge mannen van Israël neder.[32] Ondanks dit alles zondigden zij verder en vertrouwden niet op zijn wonderen.[33] Toen deed Hij hun dagen eindigen in nietigheid en hun jaren in verschrikking.[34] Als Hij hen doodde, dan vroegen zij naar Hem, bekeerden zich en zochten God,[35] en gedachten, dat God hun rots was, en God, de Allerhoogste, hun verlosser.[36] Maar zij bedrogen Hem met hun mond en belogen Hem met hun tong;[37] hun hart was niet standvastig bij Hem, zij waren niet getrouw aan zijn verbond.[38] Maar Hij, de barmhartige, verzoende de ongerechtigheid en verdierf niet; Hij wendde menigmaal zijn toorn af en wekte zijn volle grimmigheid niet op;[39] Hij gedacht, dat zij vlees waren, een ademtocht, die vervliegt en niet wederkeert.[40] Hoe vaak waren zij weerspannig tegen Hem in de woestijn, griefden Hem in de wildernis,[41] en verzochten God wederom, en krenkten de Heilige Israëls.[42] Zij gedachten niet aan zijn macht, aan de dag dat Hij hen van de tegenstander verloste;[43] hoe Hij in Egypte zijn tekenen deed, en zijn wonderen in het veld van Soan.[44] Hij veranderde hun Nijlwater in bloed, en hun stromen, zodat zij niet konden drinken.[45] Hij zond steekvliegen onder hen, die hen verteerden, en kikvorsen, die hen verdierven;[46] Hij gaf hun gewas aan de kaalvreter en hun opbrengst aan de sprinkhaan.[47] Hij verdierf hun wijnstok door de hagel en hun moerbeivijgeboom door de ijzel;[48] hun vee gaf Hij prijs aan de hagel en hun kudden aan de vurige schichten.[49] Hij zond tegen hen zijn brandende toorn, verbolgenheid en angstwekkende gramschap, een schare van verderfengelen.

Psalmen 91:11
want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen;

Psalmen 103:20
Looft de HERE, gij zijn engelen, gij krachtige helden die zijn woord volvoert, luisterend naar de klank van zijn woord.

Matteüs 4:6-11
[6] en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot.[7] Jezus zeide tot hem: Er staat ook geschreven: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken.[8] Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid,[9] en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt.[10] Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.[11] Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

Matteüs 16:27
Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid zijns Vaders, met zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn daden.

Matteüs 18:10
Ziet toe, dat gij niet één dezer kleinen veracht. Want Ik zeg u, dat hun engelen in de hemelen voortdurend het aangezicht zien van mijn Vader, die in de hemelen is.

Matteüs 24:31-35
[31] En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.[32] Leert dan van de vijgeboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is.[33] Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur.[34] Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt.[35] De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

Lucas 4:10
want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u om u te behoeden,

Johannes 20:11-12
[11] En Maria stond buiten dicht bij het graf, wenende. Terwijl zij dan weende, boog zij zich voorover naar het graf,[12] en zij zag twee engelen zitten, in witte klederen, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde, waar het lichaam van Jezus gelegen had.

Kolossenzen 2:18
Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid en engelenverering, als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken,

Hebreeën 1:14
Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven?

Hebreeën 2:6-13
[6] Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet?[7] Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond,[8] alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want bij dit: alle dingen [hem] onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;[9] maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond.[10] Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken.[11] Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen,[12] en Hij zegt: Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden der gemeente zal ik U lofzingen;[13] en wederom: Ik zal op Hem vertrouwen, en wederom: Ziehier ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft.

Hebreeën 13:2
Vergeet de herbergzaamheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd.

2 Petrus 2:4
Want indien God engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren;

Dutch NBG Bible 1951
Public Domain 1951