A A A A A

Mysteries: [Dinosaurussen]


Jesaja 27:1
Op die dag zal de HERE Zijn vreselijke, flitsende zwaard nemen en Leviathan, het snel bewegende reptiel, de kronkelende slang, de draak van de zee, doden.

Genesis 1:21
Zo maakte God de grote zeedieren, allerlei vissen en vogels, elk naar hun eigen aard. En Hij keek er met welgevallen naar en zegende ze. "Vermenigvuldig je en bevolk de zeeën", zei Hij tegen hen en tegen de vogels zei Hij: "Zorg dat jullie aantal groeit, zodat de aarde vol wordt."

Psalmen 104:26
Er varen schepen op. De grote zeedraak, Leviathan, leeft in de zee; die is als speelgoed voor U.

Romeinen 1:18
Want die mensen kunnen heel goed weten dat God er is. Hij heeft het hun Zelf bekendgemaakt.

Genesis 1:24-31
[24] God maakte alle soorten wilde dieren, vee en kruipende dieren, elk naar hun eigen soort. God zag dat ook dat goed was.[25] Toen zei God: "Laat Ons mensen maken die op Ons lijken en kunnen heersen over alle dieren op aarde, in de zeeën en in de lucht."[26] God schiep daarop de mens als Zijn evenbeeld. Als man en vrouw schiep Hij hen.[27] God zegende hen en zei: "Vermenigvuldig je, bevolk de aarde en onderwerp haar. Heers over de vissen, de vogels en alle andere dieren.[28] Kijk om je heen! Overal op aarde staan zaaddragende planten en vruchtbomen, die Ik jullie tot voedsel geef.[29] Al het gras en de planten heb Ik als voedsel aan de dieren en de vogels gegeven."[30] Toen overzag God alles wat Hij gemaakt had en het was heel goed. Zo eindigde de zesde dag.[31] Zo werden de hemelen en de aarde en alles wat leeft gemaakt.

Job 40:15-24
[15] De bergen geven hem hun beste voedsel; de andere wilde dieren spelen rustig bij hem in de buurt.[16] Hij ligt onder de lotus, verscholen in het riet en[17] in de schaduw van de wilgen aan de waterkant.[18] Hij schrikt niet terug voor snelstromende rivieren, zelfs niet als de machtige stroomversnellingen van de Jordaan op hem af zouden komen.[19] Niemand krijgt de kans hem in een ogenblik van onoplettendheid te overmeesteren door zijn ogen te bedekken of hem een ring door de neus te doen en hem daaraan weg te leiden.[20] Kunt u de krokodil met een haak en een vislijn vangen? Of een lasso om zijn tong leggen?[21] Kunt u hem met een touw door zijn neus in bedwang houden of zijn kaak met een pin doorboren?[22] Zal hij u smeken om medelijden of u door vleiende woorden proberen om te praten?[23] Zal hij zich er bij neerleggen dat u hem voor zijn verdere leven tot slaaf maakt?[24] Kunt u hem net als een vogel in een huisdier veranderen en uw kleine dochtertjes met hem laten spelen?

Job 41:1-10
[1] "Er is niemand die het waagt hem op te hitsen, laat staan dat er iemand is die wil proberen hem te overwinnen. En als niemand tegen hem is opgewassen,[2] zou er dan wel iemand bestaan die het tegen Mij kan opnemen? Ik ben niemand iets schuldig. Alles onder de hemelen is van Mij.[3] Ik mag niet vergeten de geweldige kracht van zijn ledematen en zijn elegante lichaamsbouw te noemen.[4] Wie durft zijn huid af te stropen en met een bit binnen het bereik van zijn machtige kaken te komen, laat staan ze open te trekken? Want zijn tanden zijn vreselijke wapens.[5] De overlappende schubben op zijn rug vormen een ondoordringbaar pantser, zodat er geen lucht tussen kan komen en niemand erin slaagt ze te doorboren.[6] Wanneer hij snuift, schieten lichtflitsen naar buiten. Zijn ogen gloeien als de eerste zonnestralen.[7] Vuur springt uit zijn muil.[8] Er komt rook uit zijn neusgaten, net als uit een kookpot die op een fel brandend vuur staat.[9] Ja, zijn adem kan kolen laten ontbranden; vlammen schieten op uit zijn bek.[10] In zijn nek schuilt een angstaanjagende kracht, die overal verschrikking zaait.

Jozua 10:1-10
[1] Koning Adoni-Zedek van Jeruzalem hoorde hoe Jozua de stad Ai had ingenomen en verwoest. De koning van Ai was, net als die van Jericho, omgebracht. Ook vernam hij dat de inwoners van Gibeon vrede hadden gesloten met Israël en nu hun bondgenoten waren.[2] De angst sloeg hem om het hart, want Gibeon was een belangrijke stad, net zo groot als de koninklijke steden en veel groter dan Ai. En haar mannen stonden bekend als dappere soldaten.[3] Daarom stuurde koning Adoni-Zedek boodschappers naar enkele andere koningen: Hoham van de stad Hebron, Piream van Jarmuth, Jafia van Lachis en Debir van Eglon.[4] "Kom mij helpen om Gibeon te vernietigen", vroeg hij hun dringend, "want zij hebben vrede gesloten met Jozua en het volk van Israël."[5] Zo brachten deze vijf koningen hun legers samen. Ze namen met al hun troepen stellingen in tegen Gibeon en openden de aanval.[6] Snel zonden de Gibeonieten toen boodschappers naar Jozua bij Gilgal. "Laat uw dienaars niet in de steek", smeekten zij. "Kom snel en red ons! Alle koningen van de Amorieten die in de heuvels wonen, hebben hun legers tegen ons samengevoegd."[7] Jozua aarzelde niet. Korte tijd later verliet hij met het Israëlitische leger Gilgal om Gibeon te hulp te komen.[8] "Wees niet bang voor hen", zei de HERE tegen Jozua, "want Ik heb hen al aan u overgegeven om hen te vernietigen. Niet één van hen zal het tegen u kunnen opnemen."[9] Jozua trok gedurende de nacht verder en verraste de vijandelijke legers volkomen.[10] De HERE bracht hun in paniek, waardoor het Israëlitische leger hun een enorme nederlaag kon toebrengen. De overigen werden achtervolgd in de richting van Beth-Horon en werden verslagen tot helemaal bij Azeka en Makkeda.

Dutch Bible 2007
Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®