A A A A A

Kerk: [Vervolging door de kerk]


Handelingen Apostelen 8:1
Saulus was het helemaal eens met het vonnis over Stefanus. Vanaf die dag kwamen de volgelingen van Jezus in Jeruzalem onder zware druk te staan. Zij werden zo hevig vervolgd dat zij moesten vluchten naar Judea en Samaria. Alleen de apostelen bleven nog in de stad.

Matteüs 5:44
Als u alleen maar vriendelijk bent voor uw vrienden, doet u niets bijzonders. Dat doet immers iedereen.

2 Timoteüs 3:12
Ja, het is nu eenmaal zo dat wie werkelijk een met Jezus Christus willen blijven, het zwaar te verduren krijgen van de mensen die Hem haten.

Johannes 15:20
De mensen zullen u vervolgen omdat u bij Mij hoort. Zij kennen God niet, Die Mij gestuurd heeft.

Openbaring 2:10
Wees niet bang voor wat u nog moet doormaken. De duivel zal sommigen van u in de gevangenis gooien om u op de proef te stellen; u zult het tien dagen erg moeilijk hebben. Maar blijf Mij trouw tot de dood. Dan zal Ik u de erekrans van het eeuwige leven geven.

Romeinen 8:35
Wat kan ons ooit van de liefde van Christus scheiden? Onderdrukking? Nood? Vervolging? Honger? Ontbering? Gevaar? De dood?

Matteüs 5:11
Gelukkig bent u als u beledigingen, vervolgingen, leugens en laster te verdragen krijgt omdat u bij Mij hoort.

Romeinen 12:14
Wens de mensen die u vervolgen alle goeds toe. U moet hun niets kwaads toewensen.

Johannes 5:16
Omdat Jezus dat op de sabbat had gedaan, wilden de Joden Hem straffen.

Matteüs 5:10-12
[10] Gelukkig zijn de mensen die vervolgd worden omdat zij Gods wil doen, want het Koninkrijk van de hemelen is voor hen.[11] Gelukkig bent u als u beledigingen, vervolgingen, leugens en laster te verdragen krijgt omdat u bij Mij hoort.[12] Wees er blij om en jubel het uit! Want in de hemel ligt een geweldige beloning voor u klaar. Vroeger zijn de profeten immers ook zo vervolgd.

2 Korintiërs 12:10
Ik heb mij gedragen alsof ik niet wijs ben en dat is uw schuld. Als u goed van mij had gesproken, had ik het niet hoeven doen. Die 'geweldige boodschappers van God' hebben niets wat ik niet ook heb, al ben ik niets waard.

Handelingen Apostelen 13:50
Dat was erg tegen de zin van de Joodse leiders. Zij hitsten voorname, gelovige vrouwen en het stadsbestuur op en slaagden erin een vervolging tegen Paulus en Barnabas te ontketenen, zodat die uit dat gebied werden verjaagd.

Handelingen Apostelen 7:52
Welke profeet werd door hen niet vervolgd? Zij hebben de mannen gedood die de komst van de Christus aankondigden. En nu is de Christus door u verraden en vermoord;

Marcus 4:17
De grond met distels erop zijn de mensen die het woord van God horen en er ook in geloven.

Galaten 4:29
Maar in de Boeken staat dat Abraham de slavin en haar zoon moest wegsturen, want de zoon van de slavin mocht de erfenis niet delen met de zoon van de vrije vrouw.

Marcus 10:30
Zij waren op weg naar Jeruzalem en Jezus liep voorop. De mensen die met Hem meeliepen, waren verbijsterd en bang. Jezus nam Zijn twaalf discipelen nog even apart. Hij vertelde hun wat Hem in Jeruzalem te wachten stond.

Matteüs 13:21
Dan zijn er mensen die het goede nieuws horen, maar het laten verstikken door de zorgen van het leven en het verlangen naar geld. Eigenlijk doen ze niets met het goede nieuws dat ze hebben gehoord. Dit soort mensen lijkt op de grond die vol distels staat.

Handelingen Apostelen 22:4
Ik heb de aanhangers van die nieuwe leer vervolgd en gedood. Zowel mannen als vrouwen heb ik geboeid naar de gevangenis gebracht.

Matteüs 5:10
Gelukkig zijn de mensen die vervolgd worden omdat zij Gods wil doen, want het Koninkrijk van de hemelen is voor hen.

Galaten 6:12
De mensen die u dwingen u te laten besnijden, proberen daarmee op de Joden een goede indruk te maken; zij willen voorkomen dat ze worden vervolgd voor het geloof dat men alleen gered kan worden door Christus, Die aan het kruis gestorven is.

Lucas 21:12
Maar er zal eerst een tijd van bijzonder zware vervolging komen. Jullie zullen naar de synagogen en gevangenissen worden gesleurd. Jullie zullen voor koningen en andere hoge autoriteiten moeten verschijnen, terwille van mijn naam.

Marcus 10:29-30
[29] En in de komende wereld krijgt hij het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten."[30] Zij waren op weg naar Jeruzalem en Jezus liep voorop. De mensen die met Hem meeliepen, waren verbijsterd en bang. Jezus nam Zijn twaalf discipelen nog even apart. Hij vertelde hun wat Hem in Jeruzalem te wachten stond.

Romeinen 8:35-37
[35] Wat kan ons ooit van de liefde van Christus scheiden? Onderdrukking? Nood? Vervolging? Honger? Ontbering? Gevaar? De dood?[36] Wij lezen in de Psalmen dat wij, omdat wij bij Hem horen, de hele dag de dood voor ogen hebben. Wij worden beschouwd als slachtschapen. (b)[37] Maar onder al die omstandigheden hebben wij, dank zij Hem Die zoveel van ons houdt, de overwinning!

Handelingen Apostelen 11:19-21
[19] Maar sommigen van die vluchtelingen waren afkomstig uit Cyprus en Cyrene. Toen zij in Antiochië kwamen, spraken zij ook met niet-Joodse mensen en vertelden hun over de Here Jezus.[20] En de Here werkte machtig met hen mee, zodat veel van die mensen ook in Hem gingen geloven en zich tot Hem bekeerden.[21] De volgelingen van Jezus in Jeruzalem hoorden ervan en stuurden Barnabas naar Antiochië.

Handelingen Apostelen 9:4-5
[4] Hij viel op de grond en hoorde een stem: "Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?"[5] "Wie bent U, Here?" vroeg Saulus. "Ik ben Jezus", zei de stem, "Die u zo fanatiek vervolgt.

Galaten 5:11
Sommigen beweren zelfs dat !k zeg dat besnijden nodig is. Maar dan vraag ik mij wel af, broeders, waarom ik nog steeds vervolgd word. Als dat waar was, zou niemand zich eraan stoten dat ik Christus bekendmaak, Die aan het kruis gestorven is.

Matteüs 10:23
Een leerling is niet meer dan zijn leraar en een knecht niet meer dan zijn baas.

Matteüs 5:12
Wees er blij om en jubel het uit! Want in de hemel ligt een geweldige beloning voor u klaar. Vroeger zijn de profeten immers ook zo vervolgd.

1 Timoteüs 1:13
Wat is de Here goed voor mij geweest! Hij heeft mij het geloof in Christus Jezus gegeven en mij gevuld met Diens liefde.

Matteüs 5:11-12
[11] Gelukkig bent u als u beledigingen, vervolgingen, leugens en laster te verdragen krijgt omdat u bij Mij hoort.[12] Wees er blij om en jubel het uit! Want in de hemel ligt een geweldige beloning voor u klaar. Vroeger zijn de profeten immers ook zo vervolgd.

Lucas 11:49
God zegt over u: 'Ik zal hen profeten en apostelen sturen, maar ze zullen sommigen van hen vermoorden en anderen wegjagen.'

1 Tessalonicenzen 3:3-4
[3] om te voorkomen dat deze moeilijkheden u van het geloof zouden afbrengen. Maar u weet natuurlijk wel dat zulke dingen een deel zijn van Gods plan voor ons.[4] Want toen wij nog bij u waren, hebben wij u van tevoren gewaarschuwd dat wij moeilijkheden zouden krijgen; en dat is uitgekomen.

Hebreeën 11:36-38
[36] Weer anderen werden bespot en afgeranseld en tenslotte geboeid in de gevangenis geworpen.[37] Zij werden gestenigd, gemarteld, doormidden gezaagd of met het zwaard gedood. Zij zwierven rond in schapevachten en geitevellen, door woestijnen en in de bergen. Zij moesten in grotten en holen wonen; zij leden gebrek en werden vervolgd en mishandeld. Zij waren te goed voor deze wereld.[38] Al deze mensen zijn bekend geworden omdat zij op God vertrouwden. Zij hebben echter niet gekregen wat God hun had beloofd.

Johannes 15:20-21
[20] De mensen zullen u vervolgen omdat u bij Mij hoort. Zij kennen God niet, Die Mij gestuurd heeft.[21] Als Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zouden ze niet schuldig zijn. Maar nu hebben zij geen verontschuldiging voor de zonden die zij doen.

Matteüs 10:21-23
[21] Iedereen zal jullie haten omdat jullie bij Mij horen. Maar wie standhoudt tot het allerlaatst, zal worden gered.[22] Wanneer je in de ene stad wordt vervolgd, vlucht dan naar de andere. Want Ik zal terugkomen voordat jullie ze allemaal hebben bereikt.[23] Een leerling is niet meer dan zijn leraar en een knecht niet meer dan zijn baas.

Matteüs 24:8-10
[8] Dan komt er een tijd dat jullie gefolterd, gedood en overal ter wereld gehaat worden, omdat jullie bij Mij horen.[9] Velen van jullie moeten dan ineens niets meer van Mij hebben.[10] Die zullen de anderen haten en verraden.

Lucas 21:12-19
[12] Maar er zal eerst een tijd van bijzonder zware vervolging komen. Jullie zullen naar de synagogen en gevangenissen worden gesleurd. Jullie zullen voor koningen en andere hoge autoriteiten moeten verschijnen, terwille van mijn naam.[13] Het zullen allemaal kansen zijn om over Mij te vertellen.[14] Ga niet van tevoren bedenken wat je zult zeggen om je te verdedigen. Onthoud dat goed! Ik zal jullie de juiste woorden in de mond leggen.[15] Ik zal jullie een wijsheid geven waar je tegenstanders niet van terug hebben.[16] Zelfs je ouders, broers, familie en vrienden zullen je verraden en laten arresteren. Sommigen van jullie zullen gedood worden.[17] Iedereen zal jullie haten, omdat jullie bij Mij horen.[18] Maar geen haar op je hoofd zal gekrenkt worden. Door stand te houden, zullen jullie je leven redden.[19] En als je ziet dat Jeruzalem wordt belegerd, is dat het teken dat de verwoesting van de stad nadert.

1 Korintiërs 4:8-13
[8] U schijnt te denken dat u geestelijk al verzadigd bent. Als rijke koningen zit u op uw troon. Ja, was u maar koningen! Dan zouden wij samen met u regeren.[9] Soms denk ik wel eens dat God ons, apostelen, de laagste plaats heeft toegewezen, als gevangenen die de dood in de armen lopen. Want in de arena van de wereld zijn wij een schouwspel geworden voor engelen en mensen. Wat een tegenstelling tussen u en ons![10] Wij zijn dwaas terwille van Christus, maar u bent verstandige gelovigen; wij zijn zwak, maar u bent sterk; u staat hoog in aanzien, maar wij worden veracht.[11] Tot op dit moment lijden wij honger en dorst; wij hebben nauwelijks kleding en worden mishandeld. Wij hebben nergens een thuis[12] en doen zwaar werk met onze handen. De mensen die ons uitschelden, wensen wij het beste toe; vervolging verdragen wij geduldig;[13] wij blijven vriendelijk als over ons wordt geroddeld. Wij zijn het afval van de wereld geworden, het uitschot. En daar lijkt geen verandering in te komen.

Hebreeën 10:32-34
[32] Nu eens werd u uitgelachen en geslagen, dan weer waren anderen het slachtoffer en leefde u intens met hen mee.[33] Als er mensen gevangen werden gezet, had u net zoveel verdriet als zij. Als uw bezittingen werden afgenomen, bleef u opgewekt. U wist dat u iets beters had, wat nooit meer kon worden afgenomen.[34] Laat de moed niet zakken, want als u de Here trouw blijft, krijgt u een grote beloning.

Hebreeën 11:33-38
[33] Omdat zij op God vertrouwden, hebben zij koninkrijken onderworpen en rechtvaardig geregeerd en kregen zij wat God hun had beloofd. Zij hebben de muil van leeuwen toegesloten.[34] Het vuur had geen vat op hen en zij zijn aan het zwaard ontsnapt. Toen zij zwak waren, hebben zij kracht gekregen. In de oorlog werden zij zo sterk dat hele vijandelijke legers de aftocht moesten blazen.[35] Vrouwen kregen hun geliefden uit de dood terug. Anderen die op God vertrouwden, werden doodgeslagen; zij wilden liever sterven dan God de rug toekeren, omdat zij wisten later een beter leven te krijgen.[36] Weer anderen werden bespot en afgeranseld en tenslotte geboeid in de gevangenis geworpen.[37] Zij werden gestenigd, gemarteld, doormidden gezaagd of met het zwaard gedood. Zij zwierven rond in schapevachten en geitevellen, door woestijnen en in de bergen. Zij moesten in grotten en holen wonen; zij leden gebrek en werden vervolgd en mishandeld. Zij waren te goed voor deze wereld.[38] Al deze mensen zijn bekend geworden omdat zij op God vertrouwden. Zij hebben echter niet gekregen wat God hun had beloofd.

Handelingen Apostelen 12:1-19
[1] Ongeveer in dezelfde tijd pakte koning Herodes enkele christenen op met de bedoeling hen te mishandelen.[2] Jakobus, de broer van Johannes, liet hij doden door het zwaard.[3] Toen Herodes merkte dat de Joodse leiders daarmee van harte instemden, ging hij verder en liet ook Petrus gevangen nemen. Maar omdat het juist Pasen was, zette hij hem voorlopig in de gevangenis.[4] Hij liet hem bewaken door zestien soldaten, die om de beurt, met z'n vieren, de wacht moesten houden. Want Herodes wilde Petrus pas na het Paasfeest in het openbaar laten terechtstaan.[5] Daarom bleef Petrus in de gevangenis. De christenen waren voortdurend bijeen en baden voor hem tot God.[6] De nacht voordat hij zou terechtstaan, lag Petrus tussen twee soldaten in te slapen. Hij was met twee kettingen aan hen vastgemaakt. Voor de deur van de cel stonden ook nog twee soldaten op wacht.[7] Ineens was er een licht in de cel. Er stond een engel van God en hij stootte Petrus in de zij. "Sta op, Petrus", zei hij. "Maak voort!" Op hetzelfde ogenblik vielen de kettingen van zijn polsen.[8] De engel zei tegen hem: "Maak uw riem vast en doe uw sandalen aan." Petrus deed het. "Sla nu uw mantel om en kom mee", zei de engel.[9] Zonder na te denken liep Petrus achter hem aan. Hij had niet door dat het echt een engel was, die hem uit de gevangenis leidde. Hij dacht dat hij droomde.[10] Zij liepen langs de eerste wacht, toen langs de tweede en bereikten tenslotte de grote ijzeren poort die op straat uitkwam. De poort ging vanzelf voor hen open en zij stapten naar buiten. De engel liep één straat met Petrus mee en liet hem toen alleen.[11] Daardoor kwam Petrus tot zichzelf. "Het is dus toch echt!" zei hij. "Nu weet ik dat God Zijn engel heeft gestuurd om mij uit de handen van Herodes te redden en mij te beschermen tegen de Joden."[12] Hij dacht even goed na en ging toen naar het huis van Maria, de moeder van Johannes Markus. Daar waren veel christenen bijeen om te bidden.[13] Hij klopte aan en een dienstmeisje, Rhodé, kwam naar de deur.[14] Toen zij Petrus' stem herkende, holde zij meteen naar binnen en riep: "Petrus is er!" Ze was zo opgewonden dat zij vergat de deur open te doen.[15] De anderen zeiden schamper: "Je bent niet wijs!" Maar het meisje hield vol dat het Petrus was. "Dan moet het zijn beschermengel zijn", antwoordden zij.[16] Petrus bleef net zo lang kloppen tot zij aan de deur kwamen. Toen zij hem binnenlieten, zagen ze tot hun grote verbazing dat hij het echt was.[17] Hij maakte een gebaar dat zij moesten zwijgen en vertelde toen hoe de Here hem uit de gevangenis had bevrijd. "Vertel Jakobus en de andere broeders wat er is gebeurd", zei hij. Daarna ging hij weg naar een veiliger plaats.[18] Bij het aanbreken van de dag was er grote opschudding onder de soldaten. Wat kon er met Petrus gebeurd zijn?[19] Herodes liet hem overal zoeken. Toen hij niet gevonden werd, liet Herodes de zestien soldaten voor de krijgsraad komen en veroordeelde hen ter dood. Daarna verliet Herodes de provincie Judea en ging voor een poos naar Caesarea.

Handelingen Apostelen 9:1-14
[1] Saulus bleef de discipelen van Jezus fanatiek achtervolgen en dreigde hen met dood en gevangenis. Hij ging naar de hogepriester en[2] vroeg om aanbevelingsbrieven voor de synagogen in Damascus, een stad waar veel Joden woonden. Hij wilde daar mannen en vrouwen opsporen die in Jezus geloofden, hen in de boeien slaan en naar Jeruzalem brengen. Hij kreeg die brieven en ging op weg.[3] Toen hij in de buurt van Damascus kwam, flitste er plotseling een licht vanuit de hemel, dat hem gevangen hield.[4] Hij viel op de grond en hoorde een stem: "Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?"[5] "Wie bent U, Here?" vroeg Saulus. "Ik ben Jezus", zei de stem, "Die u zo fanatiek vervolgt.[6] Sta op en ga de stad in. Daar zal u gezegd worden wat u moet doen."[7] De mannen die met Saulus meereisden, waren met stomheid geslagen. Zij hadden de stem wel gehoord, maar niemand gezien.[8] Saulus stond op en deed zijn ogen open, maar kon niets zien. De mannen die bij hem waren, namen hem bij de hand en brachten hem Damascus binnen.[9] Drie dagen lang kon hij niets zien. Al die tijd at en dronk hij niets.[10] Eén van de volgelingen van Jezus in die stad kreeg een visioen. In dat visioen riep de Here hem. "Ananias!" "Ja, Here", antwoordde Ananias.[11] De Here zei: "Ga naar de Rechte Straat, naar het huis van Judas. Daar logeert een zekere Saulus uit Tarsus; hij is nu aan het bidden.[12] In een visioen heeft hij u zien binnenkomen. En in dat visioen legde u uw handen op hem, waardoor hij weer kon zien."[13] Ananias maakte bezwaren. "Maar, Here", zei hij. "Ik heb zoveel slechte dingen over die man gehoord. Hij heeft Uw mensen in Jeruzalem veel kwaad gedaan.[14] Hij heeft van de hoofdpriesters zelfs toestemming gekregen om al Uw volgelingen hier in de boeien te slaan!"

Galaten 1:13
Ik was één van de vurigste Joden van mijn leeftijd en deed mijn uiterste best de tradities van onze voorouders te handhaven.

Openbaring 2:8-10
[8] SMYRNA Schrijf aan de boodschapper van de gemeente in Smyrna: Dit zijn de woorden van de eerste en de laatste, van Hem Die dood geweest is en weer levend is geworden:[9] Ik weet hoe u terwille van Mij vervolgd wordt en in wat voor armoede u leeft, hoewel u rijk bent. Ik weet ook welke lelijke dingen er over u gezegd worden door mensen die zich Joden noemen, maar in feite dienaren van satan zijn.[10] Wees niet bang voor wat u nog moet doormaken. De duivel zal sommigen van u in de gevangenis gooien om u op de proef te stellen; u zult het tien dagen erg moeilijk hebben. Maar blijf Mij trouw tot de dood. Dan zal Ik u de erekrans van het eeuwige leven geven.

Handelingen Apostelen 26:9-11
[9] Ik heb vroeger zelf ook gemeend al het mogelijke te moeten doen om de leer van Jezus van Nazareth te bestrijden.[10] Met toestemming van de hoofdpriesters heb ik in Jeruzalem vele van Zijn volgelingen gevangen gezet. En als tegen hen de doodstraf werd geëist, stemde ik daar altijd mee in.[11] Ik ging alle synagogen binnen. Als ik daar christenen vond, probeerde ik vaak hen er met geweld toe te dwingen Jezus te vervloeken. Door een diepe haat gedreven, vervolgde ik hen zelfs tot in het buitenland.

1 Korintiërs 4:12
en doen zwaar werk met onze handen. De mensen die ons uitschelden, wensen wij het beste toe; vervolging verdragen wij geduldig;

Handelingen Apostelen 12:1
Ongeveer in dezelfde tijd pakte koning Herodes enkele christenen op met de bedoeling hen te mishandelen.

Filippenzen 3:6
Ik was zo fanatiek, dat ik de christenen probeerde uit te roeien. Ik week zelf op geen enkel punt van de wetten af en er was in dat opzicht dan ook niets op mij aan te merken.

Dutch Bible 2007
Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®