A A A A A

Leven: [Verjaardag]


Efeziërs 2:10
want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jesus geschapen tot goede werken, die God vooruit heeft bereid, opdat we daarin zouden leven. De volkomen gelijkheid der goddelijke genade van roeping voor Joden en heidenen.

Jeremia 29:11
Ik ken toch zelf wel de plannen, die Ik over u heb gemaakt, is de godsspraak van Jahweh! Het zijn plannen van heil en niet van rampen; plannen, om u een hoopvolle toekomst te schenken.

Johannes 16:21
De vrouw in barensnood heeft smart, omdat haar uur is gekomen; maar wanneer ze het kind heeft gebaard, dan denkt ze niet meer aan haar weeën, van blijdschap dat er een mens is geboren.

Prediker 9:11
Want door Jahweh worden uw dagen vermeerderd. Worden jaren van leven u toegevoegd.

Psalmen 16:11
Ze omsingelen mij, waar ik ook ga, Loerend, om mij ter aarde te werpen.

Psalmen 20:4
Neen, Gij tradt hem tegen met rijke zegen, En zette hem een gouden kroon op het hoofd.

Psalmen 27:4-7
[4] Zet ze hun werken betaald, En hun schandelijk gedrag; Vergeld ze het werk hunner handen, En geef hun wat ze verdienen.[5] Want ze begrijpen niets van Jahweh’s daden, Niets van wat door zijn hand werd verricht; Daarom breekt Hij ze af, En bouwt ze niet op![6] Geprezen zij Jahweh! Want Hij heeft mijn smeken gehoord;[7] Jahweh is mijn schuts en mijn schild. Als mijn hart op Hem hoopt, word ik zeker geholpen; Daarom jubelt mijn hart, en zegen ik Hem met mijn lied!

Psalmen 90:12
Zij zullen u op de handen dragen, Opdat gij aan geen steen uw voeten zult stoten;

Psalmen 91:11
Maar mijn hoorn heft zich op als die van een buffel, Met verse olie word ik gezalfd;

Psalmen 91:16
Zo verkondigen ze, dat Jahweh gerecht is, Mijn Rots, aan wien geen onrecht kleeft!

Psalmen 118:24
Ja, uw bestel is mij een lust, En mijn berader.

Sefanja 3:17
Jahweh, uw God, is te midden van u, een reddende Held. Hij zal om u juichen van vreugde, En zijn liefde vernieuwen, Als op een feestdag huppelen van blijdschap om u!

Psalmen 37:4-5
[4] Er is geen gezonde plek aan mijn vlees om uw toorn, Niets gaafs aan mijn gebeente om mijn zonden;[5] Want mijn misdaden stapelen zich op mijn hoofd, En drukken mij neer als een loodzware last.

Klaagliederen 3:22-23
[22] Neen, Jahweh’s genaden nemen geen einde, Nooit houdt zijn barmhartigheid op:[23] Iedere morgen zijn ze nieuw, En groot is uw trouw.

Numeri 6:24-26
[24] Jahweh zegene u, En behoede u;[25] Jahweh doe zijn aanschijn over u lichten, En zij u genadig;[26] Jahweh wende tot u zijn gelaat, En schenke u de vrede!

Psalmen 139:1-24
[1] Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David.[2] Red mij, Jahweh, uit de macht van de bozen, Behoed mij voor den man van geweld:[3] Die kwaad verzinnen in hun hart, Dag in, dag uit blijven twisten;[4] Die scherpe tongen hebben als slangen, En adderengif op hun lippen.[5] Bescherm mij, Jahweh, tegen de macht van den boze, Behoed mij voor den man van geweld, Die mij de voet trachten te lichten,[6] Mij klemmen en strikken durven leggen, Netten spannen langs mijn weg, En een val voor mij zetten.[7] Ik zeg tot Jahweh: Gij zijt mijn God, Hoor naar mijn smeken, o Jahweh![8] Jahweh, mijn Heer, Gij zijt mijn machtige Helper, Gij beschut mijn hoofd op de dag van de strijd.[9] Jahweh, laat de opzet der bozen niet slagen, Hun aanslag niet lukken.[10] Laat mijn belagers hun hoofd niet verheffen, Maar de vloek van hun eigen lippen ze treffen;[11] Laat het vurige kolen op hen regenen, In kuilen hen vallen, waaruit ze niet opstaan.[12] Moge de kwaadspreker geen voorspoed genieten op aarde, Maar onheil den geweldenaar meedogenloos vervolgen![13] Ik weet, dat Jahweh den ongelukkige recht zal verschaffen, En gerechtigheid aan de armen;[14] Dan zullen de vromen uw Naam verheerlijken, De deugdzamen voor uw aangezicht wonen![15] Een psalm van David. Ik roep tot U, Jahweh; ach, snel mij te hulp, Hoor naar mijn klagen, wanneer ik U smeek;[16] Laat mijn gebed voor U als een reukoffer gelden, Mijn opgeheven handen als een avondoffer zijn.[17] Jahweh, zet een wacht voor mijn mond, Een post voor de deur van mijn lippen;[18] Laat mijn hart zich naar het kwade niet neigen, Om slechte dingen te doen. Met zondaars zoek ik geen omgang, En van hun lekkernijen wil ik niet eten;[19] Maar de rechtvaardige, zelfs als hij slaat, is een zegen, En als hij mij tuchtigt, nog balsem op het hoofd. Mijn hoofd zal niet schudden, wanneer ze vermanen, En als ze kastijden, stijgt mijn gebed nog omhoog;[20] En al word ik door mijn rechters gestenigd, Zij horen van mij enkel vriendelijke woorden.[21] Als barsten en scheuren in de akker Liggen mijn beenderen verstrooid aan de rand van het graf:[22] Maar op U, Jahweh mijn Heer, blijven mijn ogen gericht, Tot U neem ik mijn toevlucht: giet mijn leven niet weg![23] Behoed mij voor het net, dat men mij heeft gespannen, En voor de strikken der zondaars;[24] Laat de bozen in hun eigen kuilen verzinken, Maar ìk er alleen aan ontsnappen!

Dutch Bible 1939
Public Domain: Peter Canisius 1939