A A A A A

Slecht Karakter: [Woede]


Efeziërs 4:26-31
[26] Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid;[27] En geeft den duivel geen plaats.[28] Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft.[29] Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen.[30] En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.[31] Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid;

Jakobus 1:19-20
[19] Zo dan, mijn geliefde broeders, een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn;[20] Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet.

Prediker 29:11
Een zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.

Hooglied 7:9
Zijt niet haastig in uw geest om te toornen; want de toorn rust in den boezem der dwazen.

Prediker 15:1
Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.

Prediker 15:18
Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.

Kolossenzen 3:8
Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uw mond.

Jakobus 4:1-2
[1] Van waar komen krijgen en vechterijen onder u? Komen zij niet hiervan, namelijk uit uw wellusten, die in uw leden strijd voeren?[2] Gij begeert, en hebt niet; gij benijdt en ijvert naar dingen, en kunt ze niet verkrijgen; gij vecht en voert krijg, doch gij hebt niet, omdat gij niet bidt.

Prediker 16:32
De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt.

Prediker 22:24
Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;

Matteüs 5:22
Doch Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka! die zal strafbaar zijn door den groten raad; maar wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur.

Psalmen 37:8-9
[8] He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen.[9] Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten.

Psalmen 7:11
Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt.

2 Koningen 11:9-10
[9] De oversten dan van honderd deden naar al wat de priester Jojada geboden had, en namen ieder zijn mannen, die op den sabbat ingingen, met degenen, die op den sabbat uitgingen; en zij kwamen tot den priester Jojada.[10] En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren.

2 Koningen 17:18
Daarom vertoornde zich de HEERE zeer over Israel, dat Hij hen wegdeed van Zijn aangezicht; er bleef niets over, behalve de stam van Juda alleen.

Prediker 14:29
De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.

Dutch Bible 1637
Public Domain: 1637 Statenvertaling