A A A A A


Zoeken

Matteüs 5:11
Het is heerlijk voor je als de mensen je uitschelden, belachelijk maken, vervolgen en allerlei leugens over je vertellen omdat je in Mij gelooft.


Matteüs 6:30
Het gras staat er maar één dag, want morgen wordt het als brandstof in de oven gegooid. Toch kleedt God dat gras zó mooi met bloemen aan. Dan zal Hij jullie toch zeker óók aankleden? Wat is jullie geloof toch klein!


Matteüs 8:10
Toen Jezus dit hoorde, was Hij verbaasd. Hij zei tegen de mensen die met Hem meeliepen: "Luister goed! Ik zeg jullie dat Ik in heel Israël bij niemand zo'n groot geloof heb gevonden!


Matteüs 8:13
En Jezus zei tegen de hoofdman: "Ga naar huis. Wat je gelooft, zal gebeuren." En de knecht genas, precies op dat moment.


Matteüs 8:26
Hij zei tegen hen: "Waarom zijn jullie bang? Wat is jullie geloof toch klein!" Hij stond op en sprak streng tegen de wind en het meer. En het water en de wind werden helemaal rustig.


Matteüs 9:2
Omdat Jezus hun geloof zag, zei Hij: "Houd moed, mijn zoon, Ik vergeef je al je ongehoorzaamheid aan God."


Matteüs 9:22
Maar Jezus draaide Zich om, zag haar en zei: "Houd moed, mijn dochter, je geloof heeft je gered." Vanaf dat moment was de vrouw weer gezond.


Matteüs 11:14
Geloof Mij als Ik zeg: hij is de profeet Elia, van wie in de Boeken is gezegd dat hij zou komen.


Matteüs 13:21
Want het geloof van die mensen heeft geen wortels: hun geloof zit niet diep. Ze geloven wel een tijdje, maar als er problemen en moeilijkheden komen omdat ze het woord geloven, verliezen ze hun geloof.


Matteüs 13:22
Er zijn ook mensen die het woord horen, maar hun geloof wordt verstikt door de zorgen van de wereld en het verlangen naar geld. Er groeit geen vrucht aan hen. Zij zijn het zaad dat in de distels is gezaaid.


Matteüs 13:57
En ze wilden Hem niet geloven. Maar Jezus zei tegen hen: "Alleen in zijn eigen stad en in zijn eigen familie wordt een profeet niet geloofd."


Matteüs 13:58
En Hij kon daar niet veel wonderen doen, doordat ze Hem niet geloofden.


Matteüs 14:5
Herodes wilde hem eigenlijk laten doden, maar hij durfde niet. Want hij was bang voor een opstand, omdat het volk geloofde dat Johannes een profeet was.


Matteüs 14:31
Onmiddellijk stak Jezus zijn hand uit en greep hem. En Hij zei: "Je hebt niet genoeg geloof! Waarom ging je twijfelen?"


Matteüs 15:28
Toen antwoordde Jezus haar: "Vrouw, wat heb jij een groot geloof! Je zal krijgen wat je hebt gevraagd." Vanaf dat moment was haar dochter gezond.


Matteüs 16:8
Toen Jezus dat merkte, zei Hij: "Waarom hebben jullie het er met elkaar over dat jullie geen brood hebben? Wat is jullie geloof toch klein!


Matteüs 17:20
Hij zei tegen hen: "Doordat jullie geen geloof hadden. Want luister goed! Ik zeg jullie: je geloof hoeft maar zo groot te zijn als een mosterdzaadje. Als je dan tegen deze berg zou zeggen: 'Ga van hier naar daar,' dan zal hij daarheen gaan. En niets zal onmogelijk voor je zijn.


Matteüs 21:21
Jezus antwoordde: "Luister goed! Ik zeg jullie: als jullie geloof hebben en niet twijfelen, dan zullen jullie niet alleen doen wat er met de vijgenboom is gebeurd. Maar zelfs als jullie tegen deze berg zeggen: 'Kom van de grond en gooi jezelf in de zee,' dan zal dat gebeuren.


Matteüs 21:22
Alles waar jullie vol geloof om bidden, zullen jullie krijgen."


Matteüs 21:25
Johannes de Doper doopte de mensen. Zeg Mij: Moest hij dat van God doen, of had hij dat zelf bedacht?" Ze overlegden met elkaar en zeiden: "Als we zeggen: 'Dat moest hij van God doen,' dan zal Hij zeggen: 'Waarom hebben jullie hem dan niet geloofd?'


Matteüs 21:32
Want Johannes heeft jullie gezegd hoe jullie moeten gaan leven zoals God het wil. Maar jullie hebben hem niet geloofd. De slechte mensen en hoeren hebben hem wél geloofd. En ook al zagen jullie dat, toch hebben jullie later geen spijt gekregen en hem ook geloofd."


Matteüs 21:46
Het liefst hadden ze Hem gevangen laten nemen, maar ze durfden niet. Want ze waren bang voor de grote groepen mensen die geloofden dat Hij een profeet was.


Matteüs 23:15
Pas maar op, wetgeleerden en Farizeeërs! Het zal slecht met jullie aflopen! Jullie zijn zó schijnheilig! Jullie trekken rond over land en zee om één mens te winnen voor het Joodse geloof. Maar als hij eenmaal Jood geworden is, maken jullie dat hij naar de hel zal gaan. Hij wordt nog twee keer zo erg als jullie zelf zijn.


Matteüs 24:2
Hij antwoordde: "Kijk nog maar eens goed. Geloof Mij, er zal geen steen van op de andere blijven staan. Alles zal tot de grond worden afgebroken."


Matteüs 24:10
Veel mensen zullen hun geloof verliezen. Ze zullen elkaar verraden en elkaar haten.


Matteüs 24:23
Geloof het niet als iemand tegen jullie zegt: 'Kijk, hier is de Messias! Kijk, daar is Hij!'


Matteüs 24:26
Dus als de mensen tegen jullie zeggen: 'Kijk, Hij is in de woestijn,' ga er dan niet heen. En als ze zeggen: 'Kijk, Hij is in dat huis,' geloof het dan niet.


Marcus 1:15
Jezus zei: "Het Koninkrijk van God komt bijna. Nu is het de tijd. Ga dus leven zoals God het wil en geloof het goede nieuws."


Marcus 2:5
Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde man: "Zoon, Ik vergeef je al je ongehoorzaamheid aan God."


Marcus 4:17
Maar ze hebben geen wortels: hun geloof zit niet diep. Ze geloven wel een tijdje, maar als er later problemen en moeilijkheden komen omdat ze het woord geloven, verliezen ze hun geloof.


Marcus 4:40
Hij zei tegen hen: "Waarom waren jullie zo bang? Waarom hebben jullie geen geloof?"


Marcus 5:34
Hij zei tegen haar: "Dochter, je geloof heeft je gered. Ga in vrede en wees genezen van je ziekte."


Marcus 5:36
Jezus hoorde het en zei tegen Jaïrus: "Wees niet bang. Geloof alleen maar."


Marcus 6:3
Hij is toch de timmerman, de zoon van Maria, en de broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon? En zijn zussen wonen toch ook hier?" En ze geloofden Hem niet.


Marcus 6:6
En Hij was verbaasd over hun ongeloof. Hij reisde door de dorpen rond Nazaret en gaf daar les.


Marcus 8:31
Jezus begon hun uit te leggen dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden. Dat Hij niet geloofd zou worden door de leiders van het volk, de leiders van de priesters en de wetgeleerden. Dat Hij zelfs zou worden gedood. Maar ook dat Hij op de derde dag uit de dood zou opstaan.


Marcus 9:23
Jezus zei tegen hem: " 'Als U iets kan doen?' Alles kan, als je maar geloof hebt."


Marcus 9:24
Onmiddellijk riep de vader met tranen in de ogen: "Ik geloof, Heer! Kom mijn zwakke geloof te hulp!"


Marcus 9:37
"Als je gastvrij bent voor een kind omdat je in Mij gelooft, ben je [eigenlijk] gastvrij voor Mij. En als je gastvrij bent voor Mij, ontvang je [eigenlijk] niet Mij, maar Hem die Mij heeft gestuurd."


Marcus 9:39
Maar Jezus zei: "Houd hem niet tegen. Want iemand die wonderen doet omdat hij in Mij gelooft, kan niet kort daarna slechte dingen over Mij zeggen.


Marcus 9:41
[ Jezus zei:] "Als iemand die in de Messias gelooft aan jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie leerlingen van Hem zijn, zal hij daarvoor een beloning krijgen.


Marcus 10:52
Jezus zei tegen hem: "Ga naar huis, je geloof heeft je gered." Onmiddellijk kon hij zien en hij volgde Hem op de weg.


Marcus 11:22
Jezus antwoordde: "Heb geloof in God.


Marcus 11:24
Daarom zeg Ik jullie: alles waar je om bidt, zal gebeuren als je gelooft dat je het zal krijgen.


Marcus 11:31
Ze overlegden met elkaar en zeiden: "Als we zeggen: 'Dat moest hij van God doen,' dan zal Hij zeggen: 'Waarom hebben jullie hem dan niet geloofd?'


Marcus 13:21
Geloof het niet als iemand tegen jullie zegt: 'Kijk, hier is de Messias!' Of: 'Kijk, daar is Hij!'


Marcus 16:11
Toen ze hoorden dat Hij leefde en dat Maria Hem gezien had, geloofden ze haar niet.


Marcus 16:13
En ook zij gingen het aan de anderen vertellen. En weer geloofden ze het niet.


Marcus 16:16
Wie het nieuws gelooft en zich laat dopen, zal worden gered. Maar wie het niet gelooft, zal worden veroordeeld.


Lucas 1:45
Wat heerlijk voor je dat je hebt geloofd wat Hij tegen je heeft gezegd! Want wat Hij tegen je heeft gezegd, zal ook gebeuren."


Lucas 4:24
Maar luister goed! Ik zeg jullie dat geen één profeet in zijn eigen stad wordt geloofd.


Lucas 5:20
Jezus zag hun geloof en zei tegen de man: "Ik vergeef je al je ongehoorzaamheid aan God."


Lucas 5:26
De mensen waren geschokt. En ze prezen God en zeiden vol ontzag: "Ongelooflijk, wat we vandaag hebben gezien!" Daarna vertrok Jezus daar.


Lucas 6:22
Het is heerlijk voor je als de mensen je haten omdat je in de Mensenzoon gelooft. Wees er blij over als ze niet met je willen omgaan, je uitschelden en lelijke dingen van je zeggen die niet waar zijn.


Lucas 7:9
Toen Jezus dit hoorde, was Hij heel verbaasd over hem. Hij draaide Zich om naar de grote groep mensen die Hem volgde. Hij zei tegen hen: "Ik zeg jullie dat Ik in heel Israël nog bij niemand zó'n groot geloof heb gevonden!"


Lucas 7:50
Maar Jezus zei tegen de vrouw: "Je geloof heeft je gered. Ga in vrede!"


Lucas 8:13
Het zaad dat op de rotsgrond valt, zijn de mensen die het woord blij geloven als ze het horen. Maar het geloof van die mensen heeft geen wortels: hun geloof zit niet diep. Ze geloven wel een tijdje, maar als er moeilijkheden komen, verliezen ze hun geloof.


Lucas 8:25
Toen zei Jezus tegen hen: "Waar was jullie geloof?" En ze waren bang en vol ontzag voor Hem. En ze zeiden verbaasd tegen elkaar: "Wie is Hij toch? Zelfs aan de wind en het water geeft Hij bevelen en ze gehoorzamen Hem!"


Lucas 8:48
En Hij zei tegen haar: "Dochter, wees niet bang, je geloof heeft je gered. Ga in vrede."


Lucas 8:50
Maar Jezus hoorde het en zei: "Wees niet bang, maar geloof! Dan zal ze worden gered."


Lucas 9:22
En Hij vertelde: "De Mensenzoon moet veel lijden en zal niet worden geloofd door de leiders van het volk, de leiders van de priesters en de wetgeleerden. Ze zullen Hem doden. Maar op de derde dag zal Hij weer uit de dood opstaan."


Lucas 9:48
"Als je gastvrij bent voor een kind omdat je Mij gelooft, ben je [eigenlijk] gastvrij voor Mij. En als je gastvrij bent voor Mij, ben je ook gastvrij voor Hem die Mij heeft gestuurd. Want als je jezelf onbelangrijk vindt [en een ander dient], ben je het belangrijkst."


Lucas 12:28
Het gras staat er maar één dag, want morgen wordt het in de oven gegooid. Toch kleedt God dat gras zó mooi aan met bloemen. Dan zal Hij jullie toch zeker óók aankleden? Wat is jullie geloof toch klein!


Lucas 17:5
De twaalf leerlingen zeiden tegen de Heer Jezus: "Geef ons meer geloof!"


Lucas 17:6
De Heer zei: "Je geloof hoeft maar zo groot te zijn als een mosterdzaadje. Als je dan tegen deze boom zou zeggen: 'Kom met wortels en al uit de grond en ga in de zee staan,' dan zou hij je gehoorzamen."


Lucas 17:19
En Hij zei tegen hem: "Sta op, je geloof heeft je gered."


Lucas 17:23
En de mensen zullen tegen jullie zeggen: 'Kijk, daar is het!' of: 'Kijk, hier is het!' Ga er niet heen en geloof hen niet.


Lucas 18:8
[ Nee,] Ik zeg jullie dat Hij hen heel snel zal komen helpen. Maar als de Mensenzoon op aarde terugkomt, zal Hij dan [dat] geloof vinden op aarde?"


Lucas 18:42
Jezus zei tegen hem: "Ik wil dat je kan zien! Je geloof heeft je gered."


Lucas 20:5
Ze overlegden met elkaar: "Als we zeggen dat hij dat van God moest doen, zal Hij zeggen: 'Waarom hebben jullie hem dan niet geloofd?'


Lucas 21:8
Jezus zei: "Let op dat jullie je door niemand laten bedriegen! Want heel veel mensen zullen beweren dat ze Mij zijn. Ze zullen zeggen: 'Ik ben het.' En: 'Het is zover!' Geloof hen niet.


Lucas 22:32
Maar Ik heb voor je gebeden dat je je geloof niet zal verliezen. En luister, Simon. Als je eenmaal hebt ingezien dat je verkeerd hebt gedaan, moet je je broeders moed inspreken." Simon zei tegen Hem:


Lucas 22:40
Toen ze daar waren aangekomen, zei Hij tegen hen: "Bid dat jullie je geloof niet zullen verliezen [door wat er gaat gebeuren]."


Lucas 22:46
Hij zei: "Waarom slapen jullie? Sta op en bid dat jullie je geloof niet zullen verliezen."


Lucas 24:11
Maar die vonden het allemaal onzin en geloofden hen niet.


Johannes 1:51
Maar Jezus zei tegen hem: "Geloof je dat, omdat Ik tegen je zei dat Ik je onder je vijgenboom zag zitten? Je zal nog veel geweldiger dingen zien! Luister goed! Ik zeg jullie dat jullie vanaf vandaag de hemel zullen zien openstaan en dat jullie de engelen van God zullen zien opstijgen en neerdalen tussen God en de Mensenzoon."


Johannes 2:11
Dit was het eerste wonder dat Jezus deed. Het gebeurde in Kana in Galilea. Dat wonder liet zien hoe machtig Hij is. En zijn leerlingen geloofden in Hem.


Johannes 2:22
Later, toen Hij uit de dood was opgestaan, herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit had gezegd. Daarom geloofden ze toen de Boeken en wat Jezus had gezegd.


Johannes 2:23
Toen Jezus op het Paasfeest in Jeruzalem was, geloofden veel mensen in Hem. Dat kwam door de wonderen die ze Hem zagen doen.


Johannes 3:15
Iedereen die in Hem gelooft zal dan niet sterven, maar het eeuwige leven hebben.


Johannes 3:16
Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben.


Johannes 3:18
Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.


Johannes 3:32
Hij vertelt over wat Hij heeft gezien en gehoord. Maar niemand gelooft Hem.


Johannes 3:33
Wie Hem wél gelooft, zegt daarmee dat God de waarheid is.


Johannes 3:36
Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven. Maar wie niet gehoorzaam is aan de Zoon, zal niet [eeuwig] leven. Hij blijft schuldig en God moet hem straffen."


Johannes 4:21
Jezus zei: "Geloof Mij, vrouw, er komt een dag dat de mensen niet meer hier op de berg of in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden.


Johannes 4:50
Jezus zei tegen hem: "Ga naar huis. Je zoon leeft!" De man geloofde wat Jezus zei en ging naar huis.


Johannes 4:53
Dat was precies het moment dat Jezus gezegd had: 'Je zoon leeft.' En hij en iedereen die in zijn huis woonde, geloofden in Jezus.


Johannes 5:24
Luister goed! Ik zeg jullie: iedereen die naar Mij luistert en gelooft in de Vader die Mij heeft gestuurd, heeft het eeuwige leven. Hij zal niet veroordeeld worden. Want zo iemand is niet langer dood, maar is het leven binnen gegaan.


Johannes 5:46
Maar als jullie Mozes werkelijk geloofden, zouden jullie ook Mij geloven. Want hij heeft over Mij geschreven.


Johannes 6:35
Jezus antwoordde: "IK BEN dat echte brood dat levend maakt. Iedereen die bij Mij komt, zal nooit meer honger hebben. En iedereen die in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.


Johannes 6:40
Want mijn Vader wil dat iedereen die Mij ziet en in Mij gelooft, het eeuwige leven zal hebben. En Ik zal hem op de laatste dag uit de dood terugroepen en weer levend maken."


Johannes 6:64
Maar een aantal van jullie gelooft Mij niet." Want Jezus wist van het begin af aan wie Hem niet geloofden. Hij wist ook al wie Hem later zou verraden.


Johannes 7:5
Want ook Jezus' broers geloofden Hem niet.


Johannes 7:38
Als je in Mij gelooft, zullen stromen van water dat leven geeft uit je binnenste stromen! Want dat is beloofd in de Boeken!"


Johannes 8:30
Toen Jezus dit zei, geloofden veel mensen in Hem.


Johannes 8:31
Jezus zei tegen de Joden die in Hem geloofden: "Als jullie blijven geloven wat Ik zeg en doen wat Ik zeg, zijn jullie echte leerlingen van Mij.


Johannes 8:51
Luister goed! Ik zeg jullie dat iemand die gelooft wat Ik zeg, nooit meer zal sterven."


Johannes 8:52
Toen zeiden de Joden tegen Hem: "Nu weten we zeker dat U gek bent. Abraham is gestorven en de profeten zijn ook gestorven. En U zegt dat iemand die gelooft wat U zegt, nooit meer zal sterven!


Johannes 9:18
De Joodse leiders geloofden niet echt dat hij blind was geweest en nu kon zien. Daarom vroegen ze het aan zijn ouders.


Johannes 9:35
Jezus hoorde dat de man niet meer in de synagoge mocht komen. Hij zocht hem op en zei tegen hem: "Geloof je in de Zoon van God?"


Johannes 9:38
Hij zei: "Ik geloof in U, Heer," en hij knielde voor Hem neer.


Johannes 10:37
Als Ik níet doe wat mijn Vader zegt, geloof Mij dan maar niet.


Johannes 10:38
Maar als Ik dat wél doe en jullie Mij toch niet geloven, geloof dan de dingen die Ik doe. Dan zullen jullie moeten toegeven dat de Vader één met Mij is en Ik één ben met de Vader."


Johannes 10:42
En veel mensen daar geloofden in Hem.


Johannes 11:25
Jezus zei tegen haar: "IK BEN de opstanding en het leven. Iedereen die in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij al gestorven is.


Johannes 11:26
En iedereen die leeft en in Mij gelooft, zal nooit meer sterven. Geloof je dat?"


Johannes 11:27
Ze zei tegen Hem: "Ja Heer, ik geloof dat U de Messias bent, de Zoon van God die op aarde zou komen."


Johannes 11:40
Jezus zei tegen haar: "Ik heb je toch gezegd dat je, als je Mij gelooft, zal zien hoe goed en machtig God is?"


Johannes 11:45
De Joden die daar waren, zagen wat Jezus had gedaan. Veel van hen geloofden toen in Hem.


Johannes 12:11
Want veel Joden die Lazarus zagen, geloofden in Jezus.


Johannes 12:36
Geloof dus in het licht, zolang het licht bij jullie is. Want dan horen jullie bij het licht." Nadat Jezus dit had gezegd, ging Hij weg en verborg Zich voor de mensen.


Johannes 12:37
De mensen hadden met eigen ogen Jezus heel veel wonderen zien doen. Maar toch geloofden ze niet in Hem.


Johannes 12:38
Zo werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja van tevoren had gezegd: 'Heer, wie gelooft wat hij van mij heeft gehoord? En wie heeft werkelijk begrepen hoe machtig de Heer is?'


Johannes 12:42
Toch waren er ook veel mensen die wél in Hem geloofden. Zelfs veel van de leiders. Maar ze durfden dat niet te laten merken, omdat ze bang waren voor de Farizeeërs. Ze waren bang dat die hen dan zouden verbieden om nog in de synagoge te komen.


Johannes 12:44
Jezus riep luid: "Als je in Mij gelooft, geloof je eigenlijk in Hem die Mij heeft gestuurd!


Johannes 12:46
Ik ben gekomen om een lamp te zijn in deze wereld. Iedereen die in Mij gelooft, kan in het licht leven. Hij hoeft niet langer in het donker te blijven.


Johannes 14:1
[ Jezus zei:] "Wees niet verdrietig. Jullie geloven in God. Geloof nu ook in Mij.


Johannes 14:10
Geloof je dan niet dat Ik één ben met de Vader en dat de Vader één is met Mij? Wat Ik tegen jullie zeg, zijn niet mijn eigen woorden. De Vader, die één met Mij is, doet zijn werk door Mij heen.


Johannes 14:11
Geloof Mij als Ik zeg dat Ik één ben met de Vader en dat de Vader één is met Mij. En als je niet gelooft wat Ik zég, geloof Mij dan om wat je Mij ziet dóen.


Johannes 14:12
Luister goed! Ik zeg jullie: iedereen die in Mij gelooft, zal dezelfde dingen doen als Ik. Hij zal zelfs nog geweldiger dingen doen.


Johannes 16:1
Ik vertel jullie dit, zodat jullie je geloof niet zullen verliezen door wat de mensen jullie aandoen.


Johannes 16:7
Maar geloof Mij: het is beter voor jullie dat Ik wegga. Want als Ik niet wegga, kan de Helper niet naar jullie toe komen. Maar als Ik wel wegga, kan Ik Hem naar jullie toe sturen.


Johannes 16:27
Want de Vader houdt Zelf van jullie, omdat jullie van Mij houden en hebben geloofd dat Ik bij God vandaan ben gekomen.


Johannes 17:6
Aan de mensen die U Mij heeft gegeven, heb Ik laten zien wie U bent. Ze waren van U en U heeft hen aan Mij gegeven. Ze hebben uw woorden geloofd.


Johannes 17:8
Want Ik heb hun alles verteld wat U Mij heeft gezegd. En ze hebben mijn woorden geloofd. Ze hebben geloofd dat Ik bij U vandaan ben gekomen en dat U Mij heeft gestuurd.


Johannes 20:8
Toen ging ook de leerling die het eerst bij het graf was aangekomen naar binnen. Door wat hij zag, geloofde hij [Maria's verhaal].


Johannes 20:25
De andere leerlingen vertelden hem: "We hebben de Heer Jezus gezien!" Maar hij antwoordde: "Ik geloof het pas als ik in zijn handen de wonden van de spijkers zie. Ik wil ze met mijn eigen vingers aanraken en ik wil met mijn eigen hand in zijn zij voelen."


Johannes 20:27
Daarna zei Hij tegen Tomas: "Kijk naar mijn handen en voel ze met je vingers. Voel met je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof."


Johannes 20:29
Jezus zei tegen hem: "Geloof je pas nu je Mij hebt gezien? Wat is het heerlijk als mensen die Mij niet gezien hebben toch geloven!"


Handelingen Apostelen 2:10
Frygië, Pamfilië, Egypte en de streken van Lybië bij Cyrene, en Romeinen, Joden en mensen die zich tot het Joodse geloof hebben bekeerd,


Handelingen Apostelen 2:38
Petrus antwoordde: "Verander je leven, geloof in Jezus en laat je allemaal dopen in de naam van Jezus Christus. Dan zullen jullie vergeving krijgen voor jullie ongehoorzaamheid aan God. En dan zullen jullie de Heilige Geest ontvangen.


Handelingen Apostelen 2:41
De mensen die zijn woorden geloofden, lieten zich dopen. Zo sloten zich op die dag ongeveer 3000 mensen bij de gemeente aan.


Handelingen Apostelen 4:4
Maar veel van de mensen die hadden staan luisteren, gingen in Jezus geloven. Zo waren er inmiddels ongeveer 5000 mannen die geloofden.


Handelingen Apostelen 4:13
Ze waren heel verbaasd dat Petrus en Johannes zo vol geloof en zonder vrees durfden te spreken. Want Petrus en Johannes waren eenvoudige mensen die niet hadden gestudeerd. En ze herkenden hen, dat ze vroeger bij Jezus hoorden.


Handelingen Apostelen 4:29
Hoor nu, Heer, hoe ze ons bedreigen. Geef ons de moed om vol geloof en zonder vrees uw woord te spreken.


Handelingen Apostelen 4:31
Terwijl ze zo baden, beefde het huis waar ze waren. En ze werden allemaal vol van de Heilige Geest. En vol geloof en zonder vrees vertelden ze het woord van God aan de mensen.


Handelingen Apostelen 5:14
Steeds meer mannen en vrouwen geloofden in de Heer.


Handelingen Apostelen 5:41
Ze vertrokken, blij dat ze slecht behandeld waren vanwege hun geloof in Jezus.


Handelingen Apostelen 6:5
Dit vond iedereen een goed plan. Ze kozen Stefanus uit, een man vol geloof en vol van de Heilige Geest. Verder Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs. Nikolaüs kwam uit Antiochië en had zich vroeger bij het Joodse geloof aangesloten.


Handelingen Apostelen 6:8
Stefanus deed grote wonderen bij de mensen. Hij was een man vol geloof en vol kracht.


Handelingen Apostelen 8:6
Grote groepen mensen luisterden naar hem. Ook zagen ze de grote wonderen die hij deed. En ze geloofden allemaal wat hij vertelde. Ze deden wat hij hun leerde.


Handelingen Apostelen 8:11
Ze geloofden in hem, omdat ze al heel lang erg onder de indruk waren van zijn toverkunsten.


Handelingen Apostelen 8:12
Maar nu geloofden ze wat Filippus vertelde over het goede nieuws van het Koninkrijk van God en over Jezus Christus. Mannen en vrouwen lieten zich dopen.


Handelingen Apostelen 8:14
De apostelen in Jeruzalem hoorden dat de bewoners van Samaria het woord van God geloofden. Ze stuurden Petrus en Johannes naar hen toe.


Handelingen Apostelen 8:37
Filippus antwoordde: "Als u met uw hele hart gelooft, is er niets op tegen." Hij antwoordde: "Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is."


Handelingen Apostelen 9:2
Hij wilde ook naar Damaskus gaan. Hij wilde daar de mannen en vrouwen die van dat geloof waren, gevangen nemen en naar Jeruzalem brengen. Daarom vroeg hij aan de hogepriester om hem brieven mee te geven voor de synagogen van Damaskus. Daarin stond dat de hogepriester Saulus daarvoor toestemming gaf.


Handelingen Apostelen 9:16
En Ik zal hem laten zien hoeveel hij moet lijden voor zijn geloof in Mij."


Handelingen Apostelen 9:27
Maar Barnabas kreeg medelijden met hem en bracht hem bij de apostelen. Hij vertelde hun dat Saulus onderweg de Heer had gezien en dat de Heer tegen hem had gesproken. Ook dat Saulus in Damaskus vol geloof en zonder vrees over Jezus had verteld.


Handelingen Apostelen 9:29
Hij bleef vol geloof en zonder vrees over de Heer Jezus spreken. Hij sprak en redeneerde ook met de Griekse Joden. Maar zij probeerden hem te vermoorden.


Handelingen Apostelen 9:31
Toen had de hele gemeente in Judea, Galilea en Samaria rust. De gemeente werd opgebouwd in het geloof en leefde in diep ontzag voor de Heer. En door de hulp van de Heilige Geest werd de gemeente steeds groter.


Handelingen Apostelen 9:35
Alle bewoners van Lydda en Sarona zagen hem en geloofden in de Heer.


Handelingen Apostelen 10:2
Hij geloofde in God. Hij en alle mensen die in zijn huis woonden dienden God. Hij gaf vaak geld aan de arme mensen en bad veel tot God.


Handelingen Apostelen 10:43
Alle profeten hebben over Hem gesproken. Ze zeiden dat iedereen die in Hem gelooft, door Hem vergeving krijgt voor zijn ongehoorzaamheid aan God."


Handelingen Apostelen 10:45
De Joden die in Jezus geloofden en die met Petrus waren meegekomen, waren erg verbaasd toen ze dat zagen gebeuren. Want het was de eerste keer dat de Heilige Geest werd uitgestort op mensen die niet Joods waren.


Handelingen Apostelen 11:1
De [andere elf] apostelen en de broeders in Judea hoorden dat ook mensen die geen Joden waren het woord van God geloofden.


Handelingen Apostelen 11:24
Want Barnabas was een goed man, vol van de Heilige Geest en vol geloof. En heel veel mensen gingen in de Heer geloven.


Handelingen Apostelen 12:15
Ze geloofden haar niet en zeiden tegen haar: "Je praat onzin!" Maar ze bleef volhouden dat het Petrus was. Ze zeiden tegen haar: "Dan zal het zijn engel wel zijn."


Handelingen Apostelen 13:39
Ook voor alle dingen die niet vergeven konden worden door de wet van Mozes. Iedereen die in Jezus gelooft, wordt door Hem vrijgesproken van elke schuld.


Handelingen Apostelen 13:46
Maar Paulus en Barnabas zeiden vol geloof en zonder vrees: "Wij moesten eerst bij júllie het woord van God brengen. Maar jullie willen niet luisteren. Jullie vinden het eeuwige leven niet de moeite waard. Daarom gaan we nu naar de mensen die geen Joden zijn.


Handelingen Apostelen 14:9
Deze man luisterde naar Paulus als hij sprak. Paulus keek hem goed aan. Hij zag dat de man geloof had om genezen te worden.


Handelingen Apostelen 14:22
Want ze wilden de leerlingen daar aanmoedigen om het geloof vast te houden. En ze vertelden hun dat we allemaal veel moeilijkheden zullen meemaken als we het Koninkrijk van God willen binnengaan.


Handelingen Apostelen 14:23
Daarna wezen ze in elke gemeente leiders aan. Ze baden de hele dag, zonder te eten, en vertrouwden hen daarna toe aan de Heer in wie ze geloofden.


Handelingen Apostelen 14:27
Toen ze daar aankwamen, riepen ze de gemeente bij elkaar. Ze vertelden over alle geweldige dingen die God door hen had gedaan. Ze vertelden dat Hij ook voor niet-Joodse mensen de deur van het geloof had opengedaan.


Handelingen Apostelen 15:9
Daarmee liet Hij zien dat Hij geen verschil maakt tussen Joden en niet-Joden, en dat Hij door hun geloof hun hart heeft schoongewassen.


Handelingen Apostelen 15:14
Simon Petrus heeft verteld hoe God voor het eerst mensen van een ander volk aannam als zijn eigen volk, door hun geloof in Jezus.


Handelingen Apostelen 15:32
Judas en Silas, die profeten waren, bemoedigden de broeders en zusters en bouwden hen op in het geloof.


Handelingen Apostelen 16:5
De gemeenten werden opgebouwd in hun geloof en werden elke dag groter.


Handelingen Apostelen 16:14
Eén van hen heette Lydia. Ze verkocht textielverf in de stad Tyatira en ze aanbad God. Ze luisterde goed. De Heer opende haar hart en ze geloofde wat Paulus vertelde.


Handelingen Apostelen 16:31
Paulus antwoordde: "Geloof in de Heer Jezus. Dan zul je worden gered, met iedereen die in je huis woont."


Handelingen Apostelen 17:4
Een paar van hen geloofden hem. Ze sloten zich bij Paulus en Silas aan. Ook een groot aantal Grieken die God aanbaden en een groot aantal belangrijke vrouwen sloten zich aan.


Handelingen Apostelen 17:11
Deze Joden reageerden veel beter dan de Joden in Tessalonika. Want ze luisterden naar Paulus en geloofden hem. Elke dag zochten ze in de Boeken op of het allemaal klopte wat hij zei.


Handelingen Apostelen 18:23
Toen hij daar een tijd geweest was, vertrok hij weer. Hij reisde door de streek van Galatië en Frygië om het geloof van de leerlingen daar op te bouwen.


Handelingen Apostelen 18:25
Hij geloofde in Jezus. Hij was heel vurig van geloof en gaf de mensen heel nauwkeurig les over Jezus. Maar hij kende alleen de doop van Johannes.


Handelingen Apostelen 18:26
Vol geloof en zonder vrees gaf hij les in de synagoge. Toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen ze hem mee en legden hem de weg van God preciezer uit.


Handelingen Apostelen 18:27
En toen Apollos wilde oversteken naar Achaje, moedigden de broeders hem aan om dat te doen. Ze schreven aan de leerlingen daar een brief dat ze hem vriendelijk moesten ontvangen. Toen Apollos daar was aangekomen, was hij door Gods liefdevolle goedheid een grote hulp voor de mensen die geloofden.


Handelingen Apostelen 19:8
Paulus ging ook naar de synagoge en sprak daar drie maanden lang, vol geloof en zonder vrees. Hij probeerde de mensen te overtuigen dat ze in het Koninkrijk van God moesten gaan geloven.


Handelingen Apostelen 20:31
Let dus goed op. Bedenk dat ik drie jaar lang dag en nacht hard voor jullie heb gewerkt. Aldoor ben ik bezig geweest om jullie allemaal op te bouwen en op te voeden in het geloof. Dat deed ik soms zelfs onder tranen.


Handelingen Apostelen 22:3
Paulus ging verder: "Ik ben een Jood, geboren in de stad Tarsus in Cilicië. Maar ik ben hier in Jeruzalem opgegroeid. Gamaliël was mijn leermeester [in het Joodse geloof]. Bij hem heb ik alles geleerd over de wet van onze voorouders. Ik was heel ijverig in het dienen van God, net als jullie allemaal.


Handelingen Apostelen 22:19
Maar ik zei: 'Heer, ze weten zelf dat ik het was die vroeger de mensen die in U geloofden gevangen liet nemen. En dat ik hun in de synagoge zweepslagen liet geven.


Handelingen Apostelen 23:6
En omdat Paulus wist dat een deel van de mensen bij de Sadduceeërs hoorde en een ander deel bij de Farizeeërs, riep hij tegen de Vergadering: "Broeders, ik ben een Farizeeër en de zoon van een Farizeeër. Ik sta hier vandaag omdat ik geloof dat de mensen uit de dood zullen opstaan!"


Handelingen Apostelen 24:14
Maar ik geef toe dat ik inderdaad bij die 'weg' hoor die zij een sekte noemen. Want dat is de manier waarop ik de God van onze voorouders aanbid. Ik geloof alles wat er in de Boeken van Mozes en van de profeten staat.


Handelingen Apostelen 24:15
Ik geloof en verwacht net als zij, dat goede én slechte mensen uit de dood zullen opstaan.


Handelingen Apostelen 24:21
Ze kunnen maar één ding tegen mij hebben. Namelijk dat ik tegen de Vergadering heb geroepen: 'Ik moet vandaag terechtstaan omdat ik geloof dat de mensen uit de dood zullen opstaan!' "


Handelingen Apostelen 24:24
Een paar dagen later kwam Felix weer, met zijn Joodse vrouw Drusilla. Hij liet Paulus roepen. Paulus moest hem vertellen over het geloof in Jezus Christus.


Handelingen Apostelen 26:6
Nu sta ik voor de rechtbank omdat ik stellig geloof in de belofte die God heeft gedaan aan onze voorouders.


Handelingen Apostelen 26:7
Onze twaalf stammen aanbidden dag en nacht God om die belofte werkelijkheid te zien worden. Vanwege mijn geloof in die belofte, mijn heer de koning, word ik nu door de Joden beschuldigd.


Handelingen Apostelen 26:9
Ikzelf had besloten dat ik hard moest optreden tegen het geloof in Jezus van Nazaret.


Handelingen Apostelen 26:18
Ik stuur jou naar andere volken. Jij zal hun laten zien hoe ze uit het donker naar het licht kunnen gaan. Hoe ze zich kunnen losmaken uit de macht van de duivel en naar Mij toe kunnen komen. Want dan krijgen ze vergeving voor hun ongehoorzaamheid aan Mij. En door hun geloof in Mij zullen ze samen met de andere gelovigen krijgen wat Ik heb beloofd.'


Handelingen Apostelen 26:27
Koning Agrippa, gelooft u de profeten? Ik weet dat u ze gelooft!"


Handelingen Apostelen 27:11
Maar de hoofdman vertrouwde op de stuurman en de schipper. Hij geloofde niet wat Paulus zei.


Handelingen Apostelen 27:25
Houd dus moed, mannen. Want ik geloof God. Alles zal gaan zoals de engel tegen mij heeft gezegd.


Handelingen Apostelen 28:22
Maar we zouden wel graag van je willen horen wat jij nu precies gelooft. Want we hebben gehoord dat veel mensen erg tegen jullie sekte zijn."


Handelingen Apostelen 28:24
Sommigen van hen geloofden wat Paulus zei. Maar anderen bleven ongelovig.


Handelingen Apostelen 28:31
Hij vertelde iedereen over het Koninkrijk van God en gaf les over de Heer Jezus Christus. Hij deed dat vol geloof en zonder vrees en zonder dat iemand hem tegenwerkte.


Romeinen 1:8
In de eerste plaats dank ik mijn God door Jezus Christus voor jullie allemaal. Want overal wordt over jullie geloof gesproken.


Romeinen 1:11
Want ik wil jullie erg graag zien en jullie geloof verder opbouwen.


Romeinen 1:12
Dan kunnen we elkaar bemoedigen door ons geloof: ik zal bemoedigd worden door jullie geloof, en jullie zullen bemoedigd worden door mijn geloof.


Romeinen 1:16
Want ik schaam mij niet voor het goede nieuws van Christus. Want het goede nieuws is de kracht van God: iedereen die het gelooft, wordt erdoor gered. Het goede nieuws is op de eerste plaats voor de Joden, maar ook voor de andere volken.


Romeinen 1:17
Want in het goede nieuws laat God zien, hoe mensen kunnen worden vrijgesproken van hun schuld voor hun ongehoorzaamheid aan God. Namelijk door geloof dat steeds meer groeit. Het is zoals er [in de Boeken] staat: "Mensen die leven zoals Ik het wil, zullen leven door hun geloof in Mij."


Romeinen 2:19
Jullie denken dat jullie mensen van andere volken kunnen leren wie God is. Jullie denken dat jullie hun alles over het geloof in God kunnen leren.


Romeinen 2:20
En dat jullie les kunnen geven aan mensen die nog niet veel van het geloof weten. En dat denken jullie, omdat jullie door de wet precies weten wat God wil.


Romeinen 3:28
Kunnen we dan nog trots zijn op onszelf? Nee, helemaal niet. Waarom niet? Omdat we alleen door geloof vrijgesproken kunnen worden van onze schuld. Niet door ons aan de wet te houden.


Romeinen 3:31
Zeggen we dan dat de wet geen zin meer heeft, omdat we geloven in Jezus Christus? Nee, juist door het geloof bevestigen we de wet.


Romeinen 4:3
Wat staat er over hem opgeschreven? "Abraham geloofde [en vertrouwde] God. Daarom vond God dat Abraham leefde zoals Hij het wil."


Romeinen 4:11
De besnijdenis kreeg hij juist als teken van het geloof dat hij al had toen hij nog niet besneden was. Zo werd hij de voorvader van alle mensen die geloven maar die niet besneden zijn. Zo konden ze door God vrijgesproken worden van schuld [en zou Hij zeggen dat ze leven zoals Hij het wil].


Romeinen 4:13
God beloofde aan Abraham dat Hij de hele wereld aan hem en zijn kinderen ná hem zou geven. Maar Hij beloofde dat niet omdat Abraham zich zo goed aan de wet had gehouden. Hij beloofde dat omdat Abraham God geloofde. En omdat hij God geloofde, was God blij met hem, want dat is wat Hij wil.


Romeinen 4:16
Dus alleen door geloof in God kunnen we alles ontvangen wat Hij heeft beloofd. Want we ontvangen dat allemaal alleen omdat God zo liefdevol en vriendelijk is [, en niet omdat wij zo goed zijn]. Daarom is de belofte voor iedereen. Hij is niet alleen voor de mensen die de wet [van Mozes] hebben gekregen. Hij is ook voor alle mensen die hetzelfde geloof als Abraham hebben [zonder dat ze de wet van Mozes hebben]. Zo is Abraham de voorvader van alle mensen die in God geloven.


Romeinen 4:17
Dat staat ook in de Boeken: "Ik maak van jou een vader van heel veel volken." De God in wie hij geloofde, noemde hem een 'vader van heel veel volken'. Hij is de God die de doden levend maakt. En Hij is de God die over de dingen die er nog niet zijn, spreekt alsof ze er al wél zijn.


Romeinen 4:19
Hij zag wel dat hij al te oud was geworden om nog kinderen te kunnen krijgen. Want hij was al ongeveer 100 jaar. En ook had hij gezien dat Sara al te oud was om nog kinderen te kunnen krijgen. Maar toch geloofde hij God.


Romeinen 4:20
Hij is niet, door ongeloof, gaan twijfelen aan wat God hem had beloofd. Nee, zijn geloof werd juist steeds sterker. En hij prees God voor zijn belofte.


Romeinen 5:1
En nu we door ons geloof zijn vrijgesproken van schuld, hebben we vrede met God. Die vrede hebben we te danken aan onze Heer Jezus Christus.


Romeinen 5:2
Door wat Hij heeft gedaan, kunnen we door ons geloof nu ook genieten van Gods liefdevolle goedheid voor ons. En door Hem kunnen we ook altijd blij zijn. Want we weten dat we straks in zijn heerlijke aanwezigheid mogen leven.


Romeinen 7:5
Want toen we nog niet in Jezus geloofden, zorgden onze verkeerde verlangens ervoor dat we slechte dingen deden. Die verkeerde verlangens werden nog sterker doordat de wet [van Mozes] ze verbood. We deden de dingen waartoe het kwaad ons opstookte. En het gevolg was de dood.


Romeinen 9:30
Wat is er dus aan de hand? Dit: mensen van andere volken, die daar helemaal niet naar zochten, zijn vrijgesproken van hun schuld. Namelijk door hun geloof in Jezus Christus.


Romeinen 9:33
Het ging zoals in de Boeken staat: "Kijk, Ik leg in Jeruzalem een bouwsteen neer waar de mensen over zullen struikelen, een rotsblok waarover ze zullen vallen. Maar iedereen die op Hem zijn geloof bouwt, zal niet [in Hem] teleurgesteld worden."


Romeinen 10:4
Want Gods manier is: Jezus. Jezus is het einddoel van de wet [van Mozes]. Iedereen die in Hem gelooft, wordt vrijgesproken van schuld.


Romeinen 10:6
Maar het geloof spreekt op een heel andere manier vrij van schuld. Je hoeft er niet ver naar te zoeken. Je hoeft niet naar de hemel te klimmen om Christus op te halen.


Romeinen 10:8
Nee, je wordt vrijgesproken door het woord dat vlak bij je is. Namelijk in je mond en in je hart. Dat is namelijk het woord van geloof dat we aan de mensen vertellen.


Romeinen 10:9
Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.


Romeinen 10:16
Maar niet iedereen heeft het goede nieuws dat hij hoorde ook geloofd. [De profeet] Jesaja zegt: "Heer, wie heeft geloofd wat hij van mij hoorde?"


Romeinen 11:5
Op dezelfde manier is ook nu in deze tijd door Gods liefdevolle goedheid een aantal mensen overgebleven [die God geloofden].


Romeinen 11:20
Goed, dat is waar. Zij zijn weggebroken vanwege hun ongeloof, en jullie staan ertussen door jullie geloof. Maar wees daar niet trots op, maar heb liever ontzag voor God.


Romeinen 11:21
Want als God zo streng is voor de takken die er hoorden, zal Hij net zo streng zijn voor jullie [die er eigenlijk níet horen]. Ook jullie zou Hij kunnen weghalen vanwege ongeloof.


Romeinen 12:3
God heeft mij de taak gegeven om jullie geloof op te bouwen. Daarom zeg ik tegen jullie allemaal: vind jezelf niet belangrijker dan je bent. Wees bescheiden. Gedraag je op een manier die past bij de hoeveelheid geloof die God jou op dit moment heeft gegeven. Die hoeveelheid is bij iedereen verschillend.


Romeinen 12:7
Wie de gave heeft gekregen om te profeteren, heeft die gave gekregen afhankelijk van de hoeveelheid geloof die hij heeft. Wie de gave heeft gekregen om andere mensen te dienen, krijgt Gods hulp om te dienen. Wie de gave heeft gekregen om les te geven [in het woord], krijgt Gods hulp om les te geven.


Romeinen 12:8
Wie de gave heeft gekregen om andere gelovigen aan te moedigen [in het geloof], krijgt Gods hulp om dat te doen. Wie de gave heeft gekregen om te geven, krijgt Gods hulp om dat bescheiden te doen. Wie de gave heeft gekregen om leiding te geven, krijgt Gods hulp om daar ook zijn uiterste best in te doen. Wie de gave heeft gekregen om andere mensen te helpen, krijgt Gods hulp om dat blij te doen.


Romeinen 13:11
Vergeet niet in wat voor tijd we leven. Het is de hoogste tijd om wakker te worden! Want het ogenblik dat we zullen worden bevrijd is nu nóg dichterbij dan toen we tot geloof kwamen.


Romeinen 14:1
Accepteer de mensen die nog een zwak geloof hebben. Maak geen ruzie als jullie over iets een andere mening hebben dan zij.


Romeinen 14:2
De één gelooft dat hij alles mag eten. Maar iemand die nog een zwak geloof heeft, eet alleen groenten en fruit [omdat hij bang is dat het vlees misschien van een offer aan een afgod komt].


Romeinen 14:13
Laten we dus niet langer kritiek op elkaar hebben. Bedenk liever dat het beter is om ervoor te zorgen dat je het geloof van je broeder of zuster niet beschadigt door jouw gedrag.


Romeinen 14:15
Maar als het geloof van je broeder of zuster wordt beschadigd door iets wat jij eet, doe je niet meer wat de liefde van je vraagt. Zorg ervoor dat je niemands geloof aan het wankelen brengt door iets wat jij eet! Christus is ook voor die ander gestorven!


Romeinen 14:19
Laten we daarom erg ons best doen om de vrede met elkaar te bewaren en om elkaars geloof verder op te bouwen.


Romeinen 14:20
Breek het werk van God niet af door ruzie te maken over het eten. Op zich is alles rein. Maar het is verkeerd als je door de dingen die je eet het geloof van iemand anders beschadigt.


Romeinen 14:21
Het is niet goed om vlees te eten of wijn te drinken of iets anders te doen, als dat het geloof van je broeder of zuster kwaad doet.


Romeinen 14:22
Heb het dan niet over je eigen overtuiging. God weet wat je gelooft. Het is heerlijk als je jezelf niet veroordeelt voor wat je doet.


Romeinen 14:23
Maar als je iets eet en je twijfelt of het wel goed is om dat te eten, doe je verkeerd. Want dan eet je niet met geloof. En alles wat je zonder geloof doet, is verkeerd. (lees verder)


Romeinen 15:1
Mensen die een sterk geloof hebben, moeten dus rekening houden met hun broeders en zusters die nog een zwak geloof hebben. We moeten niet alleen maar aan onszelf denken.


Romeinen 15:2
We moeten allemaal proberen om het beste voor de anderen te zoeken en hun geloof op te bouwen.


Romeinen 15:4
En alles wat vroeger is opgeschreven, is opgeschreven om ons iets te leren. Want door die woorden worden we aangemoedigd om vol te houden in het geloof en om hoop te blijven houden.


Romeinen 15:13
God geeft mensen nieuwe hoop en verwachting. En ik bid dat Hij jullie zal vullen met pure blijdschap en vrede door jullie geloof. Dan zullen jullie door de kracht van de Heilige Geest steeds sterker worden, zodat jullie kunnen volhouden.


Romeinen 15:14
Broeders en zusters, ik weet zeker dat jullie vol goedheid zijn. Ik weet dat jullie al heel veel weten en dat jullie elkaar kunnen helpen in het geloof.


Romeinen 16:25
God wil jullie sterk maken in het geloof, door het goede nieuws van Jezus Christus dat ik aan de mensen heb verteld. God heeft dat goede nieuws eerst eeuwenlang geheim gehouden.


Romeinen 16:26
Wel hadden de profeten er op bevel van de eeuwige God in de Boeken al over geschreven. Maar nu wordt het overal bekend gemaakt, zodat alle volken gehoorzaam kunnen worden aan het geloof in God.


1 Korintiërs 1:8
God zal ervoor zorgen dat jullie je geloof tot op die dag zullen vasthouden. Dan zal God op die dag niets op jullie aan te merken hebben.


1 Korintiërs 1:16
O ja, ook het gezin van Stefanas heb ik gedoopt. Maar verder niemand, geloof ik.


1 Korintiërs 3:1
Maar, broeders en zusters, ik kon niet tegen jullie spreken als tegen mensen die Gods Geest in zich hebben. Want ook al geloven jullie, toch denken jullie nog op de manier van de ongelovige mensen. Dus als mensen die Gods Geest niet hebben. Jullie zijn nog steeds baby's in het geloof. Jullie weten nog bijna niets van Christus.


1 Korintiërs 3:6
Ik heb [het geloof in jullie hart] geplant. Apollos heeft [jullie geloof] verzorgd. Maar God zorgde voor de groei [van jullie geloof].


1 Korintiërs 3:10
Met de gave die God mij heeft gegeven, heb ik als een goed bouwmeester het fundament [van jullie geloof] gelegd. Op dat fundament bouwen andere mensen verder. Maar zij moeten wel goed opletten hóe ze daarop verder bouwen.


1 Korintiërs 8:2
Als je vindt dat je veel [van het geloof] weet, dan weet je eigenlijk nog niet wat je zou moeten weten.


1 Korintiërs 8:9
Maar let hierop: als jullie iets wél of juist níet eten, mag dat niet slecht zijn voor het geloof van de gelovigen die dit allemaal nog niet zo goed weten.


1 Korintiërs 8:11
Dan loopt zíjn geloof schade op, doordat jíj weet hoe het zit met het eten van offervlees. Dat is heel erg, want hij is een broeder. Christus is ook voor hém gestorven.


1 Korintiërs 8:13
Als wat ik eet slecht is voor het geloof van mijn broeder, wil ik liever voor eeuwig geen vlees meer eten. Want ik wil niet dat door iets wat ik eet, het geloof van mijn broeder beschadigd wordt.


1 Korintiërs 10:32
Niets van wat je doet mag voor andere mensen een belemmering zijn voor het geloof in Jezus. Niet voor Joden, niet voor mensen van andere volken en niet voor de gelovigen.


1 Korintiërs 12:9
Aan weer iemand anders geeft diezelfde Geest de gave van bijzonder geloof. En aan wéér een ander geeft diezelfde Geest gaven om mensen te genezen.


1 Korintiërs 13:2
Stel dat ik kon profeteren, al Gods verborgen plannen kende, alles wist wat er te weten valt en zoveel geloof had dat ik bergen kon verplaatsen. Maar als ik dat zonder liefde deed, stelde ik niets voor.


1 Korintiërs 13:3
Stel dat ik alles wat ik had weggaf aan de arme mensen, en stel dat ik er trots op kon zijn dat ik mijn lichaam opofferde [vanwege mijn geloof in de Heer]. Maar als ik dat zonder liefde deed, had ik er niets aan.


1 Korintiërs 13:13
We hebben dus deze drie dingen: geloof, hoop en liefde. Maar de belangrijkste van deze drie is de liefde.


1 Korintiërs 14:3
Maar als je profeteert, zeg je dingen die het geloof van de mensen opbouwen. Het moedigt hen aan en spreekt hun moed in.


1 Korintiërs 14:12
Jullie verlangen naar geestelijke gaven. Maar probeer dan zoveel mogelijk díe gaven te gebruiken die het geloof van de gemeente opbouwen.


1 Korintiërs 14:24
Maar stel dat iedereen profeteert en er komt een ongelovige binnen. Dan wordt hij er door die mensen van overtuigd dat hij een schuldig mens is en zal hij tot geloof komen.


1 Korintiërs 15:1
Broeders en zusters, ik wil jullie herinneren aan het goede nieuws dat ik jullie heb verteld. Jullie hebben het geloofd en het is de basis van jullie leven geworden.


1 Korintiërs 15:2
Jullie zijn door dat goede nieuws ook gered. Maar jullie moeten het wel precies zó blijven geloven als ik het jullie heb verteld. Anders zijn jullie voor niets tot geloof gekomen.


1 Korintiërs 15:11
Maar goed, het maakt niet uit of ík het goede nieuws vertel of dat ánderen dat doen. We vertellen allemaal hetzelfde goede nieuws. En jullie hebben dat goede nieuws geloofd.


1 Korintiërs 15:18
Dan zijn ook de mensen die in Christus geloofden toen ze stierven, verloren gegaan.


1 Korintiërs 15:58
Wees daarom altijd sterk in het geloof, lieve broeders en zusters. Houd vol en doe altijd je best voor de Heer. Jullie moeten weten dat álles wat je voor de Heer doet, beloond zal worden.


1 Korintiërs 16:13
Let goed op jezelf. Sta stevig in het geloof. Wees volwassen en sterk!


2 Korintiërs 1:21
God zorgt ervoor dat we samen met jullie stevig zullen blijven staan in ons geloof in Christus. Hij heeft ons [met zijn Geest] gezalfd.


2 Korintiërs 1:24
Niet dat ik over jullie wil heersen. Ik wil jullie gewoon blij kunnen maken. Want ik weet dat jullie stevig staan door jullie geloof.


2 Korintiërs 3:12
We verwachten dus nog geweldige dingen! Daarom kunnen we vol geloof en zonder vrees spreken.


2 Korintiërs 3:14
Maar eigenlijk lag er niet alleen een doek over Mozes' gezicht. Tot nu toe is het ook alsof er een doek ligt over het hart van de Israëlieten als er uit de Boeken wordt voorgelezen. Ze zien niet waar de Boeken werkelijk over gaan. Dat komt doordat hun hart koppig is. En die 'doek' kan niet worden weggehaald, omdat die alleen door geloof in Christus verdwijnt.


2 Korintiërs 4:11
Aldoor is ons leven in gevaar, vanwege ons geloof in Jezus. Maar zo kan ook aldoor het leven van Christus in ons sterfelijk lichaam zichtbaar worden.


2 Korintiërs 4:13
Maar wij zijn net zo vol van geloof als de man die in de Boeken schreef: "Ik geloof, daarom heb ik ook gesproken." Wij geloven ook, en daarom spreken we ook.


2 Korintiërs 5:7
We geloven in Hem, maar we zien Hem nog niet. We leven met Hem vanuit geloof, niet vanuit wat we zien.


2 Korintiërs 8:3
Want geloof me, ze hebben zoveel gegeven als ze konden. Zelfs meer dan ze konden missen.


2 Korintiërs 8:7
Jullie zijn in alles een voorbeeld [voor de andere gemeenten]: in geloof, in spreken, in kennis, in ijver en in liefde voor ons. Wees daarom ook met dit geschenk een voorbeeld voor anderen.


2 Korintiërs 10:8
Ik zou nog veel meer kunnen opscheppen over het recht dat ik van de Heer heb gekregen om jullie geloof op te bouwen. (Ik wil het beslist niet afbreken!) En het zou nog steeds waar zijn wat ik zeg!


2 Korintiërs 10:15
En daarmee gingen we niet buiten de grenzen van de taak die God ons had gegeven. Want nog niemand anders had het goede nieuws al eerder bij jullie gebracht. We scheppen dus niet op over werk wat eigenlijk door anderen is gedaan. Als we opscheppen, is dat over werk wat we zélf hebben gedaan. Als jullie geloof blijft groeien, vertrouwen we er op dat we jullie geloof steeds verder zullen kunnen opbouwen. Dat is dan nog steeds binnen de grenzen die God ons voor onze taak heeft gegeven.


2 Korintiërs 11:29
Als iemand zich zwak voelt, voel ik dan niet met hem mee? En als iemand het geloof van een ander beschadigt, gloei ik dan niet van boosheid?


2 Korintiërs 12:10
Daarom ben ik blij met alle moeilijkheden, beledigingen, problemen, vervolging en ellende die ik meemaak omdat ik in Christus geloof. Want pas als ik zwak ben, ben ik sterk [in de kracht van God].


2 Korintiërs 12:19
Misschien denken jullie dat ik me aldoor bij jullie aan het verdedigen ben voor wat ik heb gedaan. Maar ik zeg dit allemaal om jullie geloof ermee op te bouwen, lieve broeders en zusters. God en Christus weten dat dit waar is.


2 Korintiërs 13:5
Ga bij jezelf eens na of jullie wel vanuit je geloof leven. Weten jullie wel zeker dat Christus in jullie is? Als Hij niet werkelijk in jullie is, worden jullie afgekeurd.


2 Korintiërs 13:10
Daarom schrijf ik jullie deze dingen voordat ik kom. Dan hoef ik niet streng tegen jullie te zijn als ik straks bij jullie ben. Want de Heer heeft mij gezag gegeven om jullie geloof op te bouwen. (Ik wil het beslist niet afbreken!)


2 Korintiërs 13:11
Tenslotte, broeders en zusters: wees blij! Zorg dat alles [waarover ik geschreven heb] in orde komt. Laat je bemoedigen in jullie geloof. Wees één met elkaar en maak geen ruzie. Dan zal de God van liefde en vrede bij jullie zijn.


Galaten 1:13
Jullie hebben vast wel gehoord dat ik vroeger volgens het Joodse geloof leefde. Toen heb ik de gemeente van God heel erg vervolgd. Ik heb geprobeerd om de gemeente te vernietigen.


Galaten 1:14
Ik had harder gestudeerd op het Joodse geloof dan een heleboel andere mensen van mijn leeftijd. Ik deed heel erg mijn best om de wetten en gewoonten van onze voorouders te bewaren en te beschermen.


Galaten 1:23
"Weet je nog die man die ons vroeger vervolgde? Nu vertelt hij de mensen over het geloof dat hij vroeger probeerde te vernietigen!"


Galaten 2:16
Maar we weten dat een mens niet kan worden vrijgesproken van schuld door zich aan de wet van Mozes te houden. Hij kan alleen worden vrijgesproken door in Jezus Christus te geloven. Daarom zijn ook wij, Joden, in Jezus Christus gaan geloven. Want alleen zó konden we worden vrijgesproken van schuld: door ons geloof in Christus. Want niemand kan worden vrijgesproken van schuld door zich aan de wet van Mozes te houden."


Galaten 2:20
Want ik ben samen met Christus gekruisigd. Toch leef ik! Dat komt doordat niet meer mijn eigen 'ik' leeft, maar Christus leeft in mij. En zo lang ik nog in dit lichaam leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God. Want Hij houdt heel veel van mij en heeft zijn leven voor mij geofferd.


Galaten 3:2
Laat mij jullie deze ene vraag stellen: hebben jullie de Geest gekregen doordat jullie je aan de wet van Mozes hielden? Of kregen jullie Hem doordat jullie het goede nieuws hebben gehoord en geloofd?


Galaten 3:4
Is alle ellende die jullie [vanwege het geloof] overkomen is, dan helemaal voor niets geweest? Als jullie je nu weer aan de wet gaan houden, is het inderdaad helemaal voor niets geweest.


Galaten 3:6
Ook Abraham heeft God geloofd. Daarom zei God dat Abraham leefde zoals Hij het wil.


Galaten 3:8
De Boeken wisten van tevoren dat God de niet-Joodse volken door hun geloof zou vrijspreken van schuld. Daarom hebben de Boeken van tevoren aan Abraham het goede nieuws verteld: "Door de zegen die op jou is, zullen alle volken gezegend worden."


Galaten 3:9
De mensen die hetzelfde geloof hebben als Abraham, ontvangen dus samen met Abraham Gods zegen.


Galaten 3:11
En er staat ook: "Maar mensen die leven zoals Ik het wil, leven door hun geloof in Mij." Het is dus duidelijk: niemand kan ervoor zorgen dat hij geen enkele schuld heeft tegenover God, door zich aan de wet van Mozes te houden.


Galaten 3:12
Want bij de wet van Mozes gaat het niet om geloof, maar om het doen van de wet. Want er staat in de Boeken: "Als je alles doet wat de wet van Mozes zegt, zul je leven."


Galaten 3:14
Zo kon God de zegen die Hij aan Abraham had gegeven, ook aan niet-Joodse volken geven. Namelijk als ze in Jezus Christus geloven. En door dat geloof konden we de Heilige Geest ontvangen die God had beloofd.


Galaten 3:22
Maar dat konden ze niet. Dus door de wet gingen de mensen juist zien hoe slecht ze zijn. Zo zouden ze gaan begrijpen dat ze alleen door geloof in Jezus Christus hun deel van de belofte zouden krijgen [en niet door zich aan de wet van Mozes te houden. ]


Galaten 3:23
Maar voordat dit geloof er kwam, beschermde de wet ons. De wet hield ons op het rechte pad. Pas later zouden we begrijpen dat we geloof nodig hebben.


Galaten 3:25
En nu het geloof is gekomen, hoeven we niet meer door de wet van Mozes geleid en opgevoed te worden.


Galaten 3:26
Want door jullie geloof in Jezus Christus zijn jullie allemaal kinderen van God geworden.


Galaten 4:28
Broeders en zusters, wij zijn kinderen die ontstaan zijn door [geloof in] de belofte, net zoals Izaäk.


Galaten 4:29
Maar vóór Izaäk was er een zoon ontstaan door een menselijk plan [zonder geloof]. [Dat was Ismaël, de zoon van Hagar.] En die zoon vervolgde de zoon die door [geloof in] de belofte was ontstaan. [Dat was Izaäk, de zoon van Sara.] Hetzelfde gebeurt nu ook. Want wij die vrij zijn door de Heilige Geest, worden vervolgd door de mensen die slaven zijn van de wet.


Galaten 5:6
Want als je bij Christus hoort, maakt het helemaal niets meer uit of je besneden bent of niet. Maar alleen geloof is belangrijk, geloof dat zichtbaar wordt door liefdevolle daden.


Galaten 5:22
Maar door de Geest ontstaan liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, hulpvaardigheid, zelfbeheersing.


Galaten 6:12
Alle mensen die zo graag willen dat jullie je laten besnijden, proberen daarmee een goede indruk [op de Joden] te maken. Dat doen ze alleen maar omdat ze zelf niet vervolgd willen worden voor [hun geloof in] de gekruisigde Christus.


Efeziërs 1:13
Jullie hebben het woord van de waarheid, het goede nieuws, óók geloofd. Daardoor horen jullie nu óók bij Hem. Omdat jullie in Hem geloven, heeft Christus als het ware ook op jullie zijn 'eigendomsstempel' gezet. Dat 'stempel' is de Heilige Geest die God aan jullie heeft gegeven. God had beloofd dat Hij zijn Geest aan ons zou geven, en dat heeft Hij ook gedaan.


Efeziërs 2:8
Want omdat God zo liefdevol en goed is, heeft Hij jullie gered door [jullie] geloof. Jullie hebben niet jezelf gered, maar Gód heeft jullie gered. Het is zíjn geschenk.


Efeziërs 2:15
Hoe? Door als mens voor ons te sterven. Nu gaat het niet langer om de wet, die bestaat uit leefregels waar wij ons aan moesten houden. [Nu gaat het om geloof in Jezus.] Zo heeft Hij in Zichzelf de twee soorten volken [(namelijk de één met Gods wet, de ander zonder Gods wet)] tot één volk gemaakt. Zo heeft Hij vrede gebracht.


Efeziërs 2:20
Jullie staan nu stevig in het geloof, zoals een gebouw stevig staat op een goed fundament. Het fundament van jullie geloof is door de boodschappers van God en de profeten gelegd. En Jezus Christus is de belangrijkste bouwsteen van het gebouw.


Efeziërs 3:12
Door ons geloof in Jezus kunnen wij vol vertrouwen en zonder vrees naar God toe gaan.


Efeziërs 3:17
Want dan zal Christus in jullie hart wonen door jullie geloof. Dan zullen jullie stevig geworteld zijn in zijn liefde, net zoals een boom met zijn wortels stevig in de grond staat.


Efeziërs 4:5
Er is één Heer, één geloof en één doop.


Efeziërs 4:13
Zo zullen wij allemaal helemaal één worden in het geloof. En zo zullen we de Zoon van God goed leren kennen. Dan zijn we geestelijk volwassen, helemaal vol van Christus.


Efeziërs 4:15
Maar we moeten vol liefde vasthouden aan de waarheid. Alleen zó worden we steeds volwassener in het geloof. En daardoor worden we steeds meer één met Christus. Christus is het Hoofd van het Lichaam.


Efeziërs 6:16
Houd vooral vast aan het geloof. Je geloof is je schild. Houd dat schild omhoog zodat je alle brandende pijlen kan uitdoven die de duivel op je afschiet.


Efeziërs 6:19
Bid ook voor mij. Bid dat God mij steeds de goede woorden zal geven. Bid dat ik vol geloof en zonder vrees het geheim van het goede nieuws van God bekend zal maken.


Efeziërs 6:20
Want dat is de taak die God mij heeft gegeven en waarvoor ik nu met boeien vastzit. Bid dat ik zal zeggen wat ik moet zeggen, vol geloof en zonder vrees.


Efeziërs 6:23
Broeders en zusters, ik bid dat jullie vol zullen zijn van de vrede, de liefde en het geloof van God de Vader en van de Heer Jezus Christus.


Filippenzen 1:5
Want jullie hebben het goede nieuws geloofd vanaf de eerste dag [dat jullie het hoorden]. En jullie geloven het nog steeds.


Filippenzen 1:7
Het is voor mij heel vanzelfsprekend om zo over jullie te denken. Dat komt doordat jullie en ik heel veel van elkaar houden. Want ik weet dat de liefde van God die in mij is, ook in jullie is. Want jullie zijn één met mij, nu ik gevangen zit en ik mij [bij de keizer] moet verdedigen en ik moet uitleggen wat ik precies geloof.


Filippenzen 1:13
Want alle mensen aan het hof van de keizer [hier in Rome] en alle anderen hebben gehoord waarom ik gevangen zit. Namelijk vanwege mijn geloof in Christus.


Filippenzen 1:20
Ik verlang en hoop vurig dat ik niets zal doen waarvoor ik mij zal hoeven te schamen. Ik hoop dat ik zoals altijd vol geloof en zonder vrees voor mijn geloof zal durven uitkomen. Ik wil dat Christus altijd de eer zal krijgen. Dat kan zijn door mijn leven, maar dat kan ook zijn door mijn dood.


Filippenzen 1:25
Daarom vertrouw ik er op dat ik zal blijven leven. Dan kan ik bij jullie zijn. Dan kan ik jullie helpen om verder te groeien in geloof en in blijdschap.


Filippenzen 1:27
Maar jullie moeten leven op een manier die past bij het goede nieuws van Christus. Het moet niet uitmaken of ik naar jullie toe kom of dat ik hier blijf. Ik wil van jullie horen dat jullie één zijn met elkaar. En dat jullie je samen inspannen voor het geloof in het goede nieuws.


Filippenzen 2:17
Jullie zullen je geloof als een offer aan God kunnen aanbieden. Daar ben ik heel erg blij over. Zelfs als jullie geloof mij mijn leven kost. Ik zal blij zijn, samen met jullie.


Filippenzen 3:9
Want dan zou ik vrijgesproken worden van schuld. Niet doordat ik mij zo goed aan de Joodse wet gehouden had. Maar door mijn geloof in Christus. Want alleen dáárdoor heeft God mij vrijgesproken van schuld.


Kolossenzen 1:4
Want we hebben gehoord over jullie geloof in Jezus Christus. Ook over jullie liefde voor alle gelovigen.


Kolossenzen 1:5
Jullie zijn zo vol geloof en liefde, doordat jullie vol verwachting uitkijken naar wat er in de hemel voor jullie klaarligt. Jullie hebben daarvan gehoord toen jullie het goede nieuws hoorden. En het goede nieuws is de waarheid.


Kolossenzen 1:23
Maar dat kan alleen, als jullie stevig blijven staan in het geloof. Laat je dus niet afleiden van het goede nieuws dat jullie hebben gehoord. Want alleen dat is de waarheid. En ik, Paulus, ben één van de mensen die dat goede nieuws aan de mensen vertel.


Kolossenzen 2:5
Ik ben zelf wel niet bij jullie, maar mijn geest is wél bij jullie. En ik zie met plezier hoe het bij jullie toegaat. Want jullie zijn ordelijk, jullie zijn één in jullie geloof en jullie hebben een sterk geloof in Christus.


Kolossenzen 2:7
Net zoals een boom met zijn wortels stevig in de grond staat, zo moeten jullie stevig in Hem geworteld staan. Dan zullen jullie in Hem opgebouwd worden. En jullie zullen stevig blijven staan in het geloof dat we jullie geleerd hebben. Wees ook dankbaar.


Kolossenzen 4:12
Epafras, die bij jullie vandaan komt, doet jullie de groeten. Ook hij is een dienaar van Jezus Christus. Hij bidt altijd vurig voor jullie dat jullie sterk en volwassen zullen worden in jullie geloof. Ook dat jullie in alles Gods wil zullen willen doen.


1 Tessalonicenzen 1:3
Want steeds weer moeten we eraan denken, hoe goed jullie geloof en jullie liefde te zien zijn aan wat jullie doen. En jullie hebben een groot vertrouwen in de Heer Jezus Christus.


1 Tessalonicenzen 1:6
En jullie zijn net zo gaan leven als wij en als de Heer Zelf. Jullie hebben het woord van God geloofd, ook al werden jullie er erg om vervolgd. Jullie geloofden onze boodschap met de blijdschap van de Heilige Geest.


1 Tessalonicenzen 1:8
Want dankzij jullie heeft het woord van God zich verspreid. Overal wordt erover gesproken. Niet alleen in Macedonië en Achaje, maar overal is jullie geloof in God bekend geworden. Wij hoeven daar zelf niets meer over te zeggen.


1 Tessalonicenzen 1:9
Want de mensen vertellen zelf over jullie dat jullie ons hebben geloofd: dat jullie zijn gestopt met het aanbidden van afgoden en de levende en ware God zijn gaan dienen.


1 Tessalonicenzen 2:2
Jullie weten hoe we daarvóór in Filippi beledigd en mishandeld waren. Maar toch kregen we van God het geloof en de moed om jullie het goede nieuws van God te brengen. Ook al kwamen wijzelf daardoor weer in grote moeilijkheden.


1 Tessalonicenzen 2:13
We danken God er aldoor voor dat jullie naar ons hebben geluisterd. Toen jullie onze boodschap hoorden, begrepen jullie dat het geen woorden van mensen waren. Maar jullie geloofden gelijk dat het een boodschap van God was. En dat is het ook. En omdat jullie dat geloofden, kan het woord van God nu zijn werk in jullie doen.


1 Tessalonicenzen 3:2
Timoteüs is een dienaar van God. Hij is onze broeder en medewerker in het goede nieuws van Christus. Hij kwam jullie opbouwen en aanmoedigen in jullie geloof.


1 Tessalonicenzen 3:3
Want alleen als jullie een sterk geloof hebben, zullen jullie overeind kunnen blijven in alle moeilijkheden.


1 Tessalonicenzen 3:5
Dat was ook de reden dat ik het niet langer kon uithouden zonder nieuws van jullie. En daarom heb ik Timoteüs gestuurd om te gaan kijken hoe het met jullie geloof ging. Ik wilde weten of de duivel jullie misschien had overgehaald om het geloof los te laten. Dan zouden we voor niets zo hard voor jullie hebben gewerkt.


1 Tessalonicenzen 3:6
Timoteüs is inmiddels bij ons teruggekomen. Hij bracht ons goede berichten over jullie geloof en jullie liefde. Hij vertelde ook dat jullie vaak aan mij denken. Hij zei dat jullie er erg naar verlangen om mij weer te zien, net zoveel als ik ernaar verlang om júllie weer te zien.


1 Tessalonicenzen 3:7
Jullie geloof heeft mij heel erg bemoedigd in al mijn moeilijkheden, broeders en zusters. Ik heb er weer moed door gekregen.


1 Tessalonicenzen 3:8
Want nu weet ik dat jullie stevig vasthouden aan jullie geloof in de Heer. Daardoor heb ik weer rust.


1 Tessalonicenzen 3:10
En dag en nacht bidden we vurig dat we jullie weer zullen zien. Want dan zullen we in orde kunnen maken wat er nog aan jullie geloof ontbreekt.


1 Tessalonicenzen 3:13
Zo zal Hij jullie geloof steeds sterker maken. Uiteindelijk zullen jullie helemaal volmaakt zijn voor onze God en Vader, op de dag dat onze Heer Jezus terugkomt met alle mensen die bij Hem horen.


1 Tessalonicenzen 4:14
Maar wíj geloven dat Jezus is gestorven en weer uit de dood is opgestaan. Daarom weten we dat God ook de mensen die in Jezus geloofden toen ze stierven, weer met Jezus zal samenbrengen.


1 Tessalonicenzen 4:16
Op een bepaald moment zal één van de belangrijkste engelen roepen dat de Heer eraan komt. Hij zal op de trompet blazen en de Heer zal uit de hemel naar de aarde komen. De mensen die in Christus geloofden toen ze stierven, zullen dan het eerst uit de dood opstaan.


1 Tessalonicenzen 5:8
Maar wij horen bij de dag. Daarom moeten wij nuchter zijn. Ons geloof en onze liefde zijn ons harnas. Onze zekerheid over onze redding is de helm op ons hoofd. Als we dat harnas aantrekken en die helm opzetten, zullen die onze bescherming zijn.


1 Tessalonicenzen 5:11
Bemoedig elkaar hiermee en bouw elkaars geloof op. Maar dat doen jullie ook.


1 Tessalonicenzen 5:12
We vragen jullie ook, broeders en zusters, om goed te luisteren naar de mensen die hard voor jullie werken. Ik bedoel hen die jullie leiden namens de Heer en die jullie opvoeden in het geloof.


1 Tessalonicenzen 5:14
Broeders en zusters, er zijn mensen bij jullie die niet meer willen werken [omdat ze denken dat de Heer toch binnenkort zal komen]. Zeg tegen hen dat ze orde in hun leven moeten brengen en weer aan het werk moeten gaan. En bemoedig de mensen die de moed hebben verloren. Help de mensen die een zwak geloof hebben. Heb geduld met elkaar.


2 Tessalonicenzen 1:1
Deze brief is van Paulus, Silvanus [(= Silas )] en Timoteüs. Wij doen de groeten aan de gemeente in Tessalonika die gelooft in God de Vader en in de Heer Jezus Christus.


2 Tessalonicenzen 1:3
Wij danken God altijd voor jullie, broeders en zusters. We danken Hem omdat jullie geloof snel groeit en omdat jullie liefde voor elkaar steeds sterker wordt.


2 Tessalonicenzen 1:4
Daarom zeggen we prijzende dingen over jullie tegen de andere gemeenten van God. Want jullie houden vast aan het geloof, ook al worden jullie heel erg vervolgd.


2 Tessalonicenzen 1:10
Op de dag dat Hij komt, zullen alle mensen die bij Hem horen Hem prijzen. Iedereen zal vol verbazing Jezus' hemelse macht en majesteit zien in de mensen die in Hem geloven. Want jullie hebben geloofd wat we jullie [over Hem] hebben verteld.


2 Tessalonicenzen 2:3
Laat je door niemand iets wijsmaken, op wat voor manier dan ook. Want eerst moet er nog iets anders gebeuren: eerst zullen heel veel mensen hun geloof kwijtraken. En eerst zal er een mens aan de macht komen die zich helemaal niets van God aantrekt. Hij zal een slecht mens zijn.


2 Tessalonicenzen 2:13
De Heer houdt heel veel van jullie. We zijn God aldoor dankbaar voor jullie. Want Hij heeft jullie van begin af aan uitgekozen. Hij wilde dat jullie zouden worden gered door het werk van de Heilige Geest in jullie en door het geloof in de waarheid.


2 Tessalonicenzen 2:15
Blijf dus stevig vasthouden aan jullie geloof, broeders en zusters. Blijf doen wat we jullie mondeling of in brieven hebben geleerd.


2 Tessalonicenzen 3:5
Laat je door de Heer helpen om van Hem te houden en om net zo vast te houden aan het geloof als Christus.


1 Timoteüs 1:2
Jij, Timoteüs, bent een echte zoon in het geloof van mij. Ik bid dat God de Vader in alles goed voor je zal zijn. En dat je vol zal zijn van de vrede van God de Vader en van Jezus Christus.


1 Timoteüs 1:4
Ook dat ze zich niet moeten bezighouden met verzinsels en allerlei namenlijsten. Want dat zijn geen dingen waarmee God jullie geloof opbouwt. Ze zorgen eerder voor problemen.


1 Timoteüs 1:5
Het doel van al mijn waarschuwingen is, dat de liefde bij jullie groeit. Liefde uit een zuiver hart, uit een goed geweten en uit een eerlijk gemeend geloof.


1 Timoteüs 1:13
En dat terwijl ik vroeger God zwaar beledigd heb! Want ik heb zijn gemeente vervolgd en mishandeld. Maar God heeft mij dat vergeven. Want ik wist niet dat het verkeerd was wat ik deed, doordat ik nog niet in Jezus geloofde.


1 Timoteüs 1:14
Maar de liefde van de Heer was meer dan groot genoeg [om mij dat te vergeven], en Hij gaf mij zijn geloof en zijn liefde.


1 Timoteüs 1:19
Dat zal je helpen om met een vast geloof en een goed geweten de goede strijd te voeren. Omdat sommige mensen niet goed naar hun geweten hebben geluisterd, zijn ze hun geloof kwijtgeraakt.


1 Timoteüs 2:7
En ik heb de taak gekregen die boodschap aan de mensen te brengen. Dat is de waarheid, en ik lieg niet! Mijn taak is het om de niet-Joodse mensen het geloof en de waarheid te leren.


1 Timoteüs 2:11
Een vrouw moet rustig en gehoorzaam naar het onderwijs over het geloof luisteren.


1 Timoteüs 2:15
maar de vrouw heeft zich laten verleiden en is daardoor ongehoorzaam geworden aan God. Maar God zal de vrouwen redden bij het krijgen van kinderen, als ze vasthouden aan het geloof en de liefde, een heilig leven leiden en bescheiden zijn.


1 Timoteüs 3:6
Hij mag niet iemand zijn die nog maar pas gelooft, want dan zou hij trots kunnen worden. Dan zou hij in dezelfde valkuil vallen als de duivel.


1 Timoteüs 3:9
Maar ze moeten met een zuiver geweten vasthouden aan het geheim van het geloof.


1 Timoteüs 3:13
Als ze hun taak goed doen, zullen de mensen respect voor hen hebben. En ze zullen vol geloof en zonder vrees kunnen spreken over het geloof in Jezus Christus.


1 Timoteüs 3:16
Zonder twijfel is het dienen van God iets wat haast niet te begrijpen is: God is gekomen als een mens, door de Geest in het gelijk gesteld, aan de engelen verschenen, bekend gemaakt aan alle volken, door mensen over de hele wereld geloofd, naar de hemel gegaan en geëerd met hemelse macht en majesteit.


1 Timoteüs 4:1
Maar de Geest zegt duidelijk dat sommige mensen later hun geloof zullen verliezen. Ze zullen dwaalgeesten volgen en luisteren naar wat duivelse geesten hun leren.


1 Timoteüs 4:6
Als je dit aan de broeders en zusters leert, zul je een goede dienaar van Jezus Christus zijn. Zorg dat je veel weet van het geloof en van het goede nieuws waaraan jij gehoorzaam geweest bent.


1 Timoteüs 4:12
Niemand mag op jou neerkijken omdat je nog jong bent. Zorg ervoor dat je in alles een voorbeeld bent voor de gelovigen: door je woorden, je manier van leven, je liefde, je geloof en je zuiverheid.


1 Timoteüs 4:15
Denk eraan dit alles te doen en wees ermee bezig. Zo zal iedereen zien dat je geloof groeit.


1 Timoteüs 4:16
Let goed op je eigen geloof en op wat er aan de mensen wordt geleerd. Houd vol in deze dingen. Want daardoor zal het goed gaan met jou en met de mensen die naar je luisteren. (lees verder)


1 Timoteüs 5:14
Daarom wil ik dat jonge weduwen weer trouwen, kinderen krijgen en voor hun huis en hun gezin zorgen. Dan geven ze de tegenstanders van het geloof geen kans om slechte dingen van hen te zeggen.


1 Timoteüs 5:15
Want een paar van hen hebben het geloof al verlaten en zijn de duivel achterna gegaan.


1 Timoteüs 6:1
[ Gelovige] slaven moeten respect hebben voor hun meesters. Dan kunnen de mensen niets slechts zeggen van God en van ons geloof.


1 Timoteüs 6:10
Want het verlangen naar geld is de bron van al het kwaad. Sommige mensen zijn het geloof kwijtgeraakt en in allerlei ellende terecht gekomen, doordat ze zo graag rijk wilden worden.


1 Timoteüs 6:11
Maar jij, man van God, blijf ver bij al deze dingen vandaan. Verlang naar eerlijkheid, een heilig leven, geloof, liefde, geduld en vriendelijkheid.


1 Timoteüs 6:12
Doe je uiterste best voor het geloof. Grijp het eeuwige leven. Want daarvoor ben je geroepen en daarvoor heb je tegen heel veel mensen duidelijk over het geloof gesproken.


1 Timoteüs 6:13
In de aanwezigheid van God die aan alles leven geeft, en in de aanwezigheid van Jezus Christus die tegen Pontius Pilatus de juiste dingen over het geloof heeft gezegd, zeg ik je:


1 Timoteüs 6:21
Een aantal van de mensen die zo van dat soort discussies houden, is het geloof helemaal kwijtgeraakt. Ik bid dat God in alles goed voor je zal zijn.


2 Timoteüs 1:1
Deze brief is van Paulus. Ik heb van God de taak gekregen om het nieuws van Jezus Christus aan de mensen te brengen. Dat nieuws is dat Hij [eeuwig] leven belooft aan iedereen die in Jezus Christus gelooft.


2 Timoteüs 1:5
Ik moet steeds denken aan je eerlijke geloof, zoals je oma Loïs en je moeder Eunice ook hadden. Ik weet zeker dat jij hetzelfde geloof hebt als zij.


2 Timoteüs 1:8
Schaam je dus niet voor je geloof in de Heer. Schaam je ook niet voor mij nu ik gevangen zit vanwege mijn geloof in Hem. Maar wees bereid voor het goede nieuws te lijden. God geeft je daarvoor de kracht.


2 Timoteüs 1:11
En ik heb de taak gekregen om met dat goede nieuws naar de niet-Joodse volken te gaan. Hun vertel ik erover en ik leer hun het geloof.


2 Timoteüs 1:13
Zorg dat de gezonde woorden die je van mij hebt gehoord, een voorbeeld voor je zullen zijn. Ze zijn de waarheid over het geloof in Jezus Christus en over zijn liefde.


2 Timoteüs 2:12
Als we vasthouden aan het geloof, zullen we ook met Hem als koningen heersen. Als we zeggen dat we Hem niet kennen, zal Hij ons ook niet willen kennen.


2 Timoteüs 2:14
Leer de mensen deze dingen. Zeg hun ook namens de Heer dat ze geen ruzie met elkaar moeten maken. Want ruzie is nergens goed voor. Het is alleen maar slecht voor het geloof van de mensen die het horen.


2 Timoteüs 2:18
Zij zijn helemaal verkeerd bezig. Want ze beweren dat de opstanding van de doden al is geweest. Daardoor zijn sommige mensen hun geloof kwijtgeraakt.


2 Timoteüs 2:19
Maar het fundament van ons geloof is door God gelegd. Het ligt rotsvast. Op dat fundament staat geschreven: 'De Heer kent de mensen die bij Hem horen,' en: 'Iedereen die bij Christus hoort, moet stoppen met het doen van slechte dingen.'


2 Timoteüs 2:24
En een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken. Hij moet tegen iedereen vriendelijk zijn. Ook moet hij goed kunnen lesgeven [over het geloof].


2 Timoteüs 3:8
Zulke mensen verzetten zich tegen de waarheid. Net zoals [de Egyptische tovenaars] Jannes en Jambres zich [vroeger] tegen Mozes hebben verzet. Hun denken is bedorven en hun geloof deugt niet.


2 Timoteüs 3:10
Maar jij hebt altijd goed naar mij geluisterd. Je hebt goed gekeken hoe ik leefde. Je kent mijn bedoelingen, mijn geloof, mijn geduld, mijn liefde.


2 Timoteüs 3:15
Al vanaf je kinderjaren ken je de Boeken. Door de Boeken kun je wijs en verstandig worden. Ze leren je hoe je door het geloof in Jezus Christus kan worden gered.


2 Timoteüs 3:16
Alles wat God daarin heeft laten opschrijven, is nuttig. Het kan de mensen iets leren, hen beschermen tegen verkeerd onderwijs over het geloof en hen opvoeden tot een leven zoals God het wil.


2 Timoteüs 3:17
Zo kunnen de mensen hun geloof ontwikkelen tot een volwassen geloof. Dan zullen ze geschikt zijn voor elke taak. (lees verder)


2 Timoteüs 4:2
Vertel de mensen het woord. Dring bij ze aan, of het [jou] nu goed uitkomt of niet. Leg de mensen uit wat ze verkeerd doen. Voed hen met veel geduld op in het geloof.


2 Timoteüs 4:3
Want er komt een tijd dat de mensen niet meer zullen willen luisteren naar de gezonde waarheid [van het geloof]. Omdat ze liever andere dingen horen, zullen ze zelf leraren uitzoeken die hen leren wat ze graag willen horen.


2 Timoteüs 4:7
Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de wedstrijd uitgelopen. Ik heb het geloof vastgehouden.


Titus 1:1
Dit is een brief van Paulus. Ik ben een dienaar van God en een boodschapper van Jezus Christus. Het is mijn taak om het geloof te brengen aan de mensen die door God zijn uitgekozen. Hen moet ik de waarheid [van het geloof] leren waarmee we God dienen.


Titus 1:3
En God onze Redder gaf mij de taak om dat goede nieuws aan de mensen te vertellen. Ik schrijf deze brief aan Titus, die mijn zoon is in het geloof dat wij allebei hebben.


Titus 1:9
Ze moeten zich houden aan de waarheid van Gods woord zoals het hun geleerd is. Want dan kunnen ze ook andere mensen in het geloof opvoeden en opbouwen.


Titus 1:13
En dat is waar. Daarom moet je streng voor hen zijn. Dan zullen ze een gezond geloof krijgen.


Titus 2:2
Leer oudere mannen dat ze nuchter moeten zijn, fatsoenlijk, verstandig, met een gezond geloof en vol liefde en geduld.


Titus 2:7
Geef hun in alles wat je doet het goede voorbeeld: in je spreken, in je geloof en in je daden.


Titus 2:12
Zijn liefde en goedheid voeden ons op. Daardoor houden we ons niet meer bezig met de slechte dingen van de wereld. Voortaan kunnen we verstandig en vol geloof in deze wereld leven zoals God het wil.


Titus 2:15
Leer de mensen deze dingen. Moedig hen aan en voed hen op in het geloof. Niemand mag op je neerkijken. (lees verder)


Titus 3:15
Je moet de groeten hebben van iedereen die bij mij is. Doe de groeten aan de mensen die in het geloof van ons houden. Ik bid dat God in alles goed voor jullie zal zijn.


Filemon 1:1
Dit is een brief van Paulus en broeder Timoteüs. Ik zit op dit moment gevangen voor mijn geloof in Jezus. We schrijven deze brief aan onze goede vriend en medewerker Filemon.


Filemon 1:6
Dan bid ik dat je door je geloof steeds beter zal begrijpen welke goede dingen we allemaal in Jezus Christus hebben gekregen.


Filemon 1:7
Jouw liefde heeft me erg bemoedigd en blij gemaakt. Want je hebt veel gelovigen bemoedigd en opgebouwd in hun geloof, broeder.


Filemon 1:13
Ik had hem graag bij me willen houden. Want dan zou hij mij namens jou kunnen dienen, nu ik voor mijn geloof in het goede nieuws gevangen zit.


Filemon 1:23
Je moet de groeten hebben van Epafras, die met mij gevangen zit voor zijn geloof in Jezus Christus.


Hebreeën 3:1
Broeders en zusters, God heeft jullie geroepen om bij Hem te horen. Daarom moeten jullie alleen letten op Jezus Christus. Hij is het die ons het goede nieuws gebracht heeft. En Hij is ook de Hogepriester van ons geloof.


Hebreeën 3:6
Maar Christus is als Zoon [Meester] over zijn eigen huis. Wij zijn dat huis. Maar dan moeten we wel tot het einde toe aan ons geloof vasthouden en blij op de Heer blijven vertrouwen.


Hebreeën 3:14
Want wij hebben Christus gekregen. Tenminste, als we tot het einde toe ons geloof vasthouden.


Hebreeën 3:19
We zien dus dat ze door hun ongeloof Gods rust niet konden binnengaan.


Hebreeën 4:2
[ Het zit namelijk zo:] Eerst is het goede nieuws aan hén verteld. Maar ze hebben er niets aan gehad, omdat ze het niet geloofden. Nu is het goede nieuws ook aan óns verteld.


Hebreeën 4:3
Maar wíj hebben het geloofd, en daarom gaan wij die rust wél binnen. Want tegen hen die níet geloofden, heeft God gezegd: "Daarom heb Ik in mijn boosheid gezworen: 'Nooit zullen zij mijn rust binnengaan.' " En toch ligt zijn plan om hun die rust te geven al klaar vanaf het moment dat Hij de aarde maakte.


Hebreeën 4:14
Maar wij hebben dus een machtige Hogepriester. Hij is de hoogste hemel binnen gegaan. Die Hogepriester is Jezus, de Zoon van God. Aan dat geloof moeten we vasthouden.


Hebreeën 5:12
Jullie geloven al een hele tijd. Jullie hadden allang andere mensen moeten kunnen lesgeven over het geloof. Maar dat kunnen jullie niet. Jullie hebben zelf nog les nodig in de eerste, eenvoudige dingen van het woord van God. Wat dat betreft lijken jullie op baby's. Baby's die nog melk nodig hebben en nog geen vast voedsel kunnen eten.


Hebreeën 5:13
Mensen die nog van 'geestelijke melk' leven, zien het verschil niet tussen goed en verkeerd onderwijs. Ze zijn baby's in het geloof.


Hebreeën 5:14
Maar mensen die het geloof toepassen, kunnen 'vast voedsel' [(= moeilijker onderwijs)] krijgen. Door het geloof toe te passen in hun leven hebben ze het verschil geleerd tussen goed en kwaad. (lees verder)


Hebreeën 6:1
We moeten nu dus ophouden met de eerste lessen over Christus. Want we moeten verder groeien en geestelijk volwassen worden. We zullen dus stoppen met te spreken over de eerste eenvoudige dingen van het geloof. We hoeven het er niet meer over te hebben dat we niet gered kunnen worden door de dingen die we doen, maar alleen door geloof in God.


Hebreeën 6:4
Er zijn mensen die eerst in God hebben geloofd. Ze hebben geproefd van Jezus, Gods Geschenk uit de hemel. Ze hebben de Heilige Geest ontvangen.


Hebreeën 6:6
Als deze mensen daarna God niet meer willen volgen, is het onmogelijk om hen opnieuw tot geloof te brengen. Want eigenlijk hebben ze de Zoon van God opnieuw gekruisigd en belachelijk gemaakt.


Hebreeën 6:12
Dan zullen jullie niet lui [in het geloof] worden. Maar dan zullen jullie net zo zijn als de mensen die vóór jullie vol geloof hebben geleefd. Door hun geduld en hun geloof hebben zij gekregen wat God aan hen had beloofd.


Hebreeën 10:19
Broeders en zusters, door het [geofferde] bloed van Jezus kunnen we nu dus zonder vrees en vol geloof het [hemelse] heiligdom binnengaan.


Hebreeën 10:35
Blijf alsjeblieft zo vol geloof en vol vertrouwen. Want jullie zullen er een grote beloning voor krijgen.


Hebreeën 10:38
De mensen die leven zoals Ik het wil, zullen door hun geloof leven. Maar als ze lui worden in hun geloof [en Mij niet meer gehoorzamen], kan Ik niet meer blij met hen zijn."


Hebreeën 10:39
Maar wij hebben niets te maken met luiheid waardoor we verloren gaan, maar met geloof waardoor we worden gered.


Hebreeën 11:1
Het geloof is de zekerheid dat de dingen die we verwachten, ook werkelijkheid zullen worden. Het is het bewijs van de dingen die we [nog] niet zien.


Hebreeën 11:2
Veel van onze voorouders zijn door hun geloof een voorbeeld voor ons geworden.


Hebreeën 11:4
Doordat Abel God geloofde, bracht hij een beter offer aan God dan Kaïn. Want God zei dat Hij blij was met Abels offer. Dat geeft aan dat Abel leefde zoals God het wil. Zo spreekt Abel nog steeds tegen ons, ook al is hij al gestorven. Door zijn geloof is hij een voorbeeld voor ons.


Hebreeën 11:5
Doordat Henoch God geloofde, is hij door God van de aarde weggenomen. Hij is dus niet gestorven. De mensen konden hem nergens meer vinden, want God had hem meegenomen. Want al voordat hij door God werd meegenomen, werd van hem gezegd dat God blij met hem was.


Hebreeën 11:6
Maar als iemand geen geloof heeft, kan God onmogelijk blij met hem zijn. Want als iemand naar God toe komt, moet hij geloven dat HIJ IS [wie Hij zegt dat Hij is], en dat Hij de mensen beloont die werkelijk naar Hem verlangen.


Hebreeën 11:7
Doordat Noach God geloofde, heeft hij zijn gezin gered. Want toen God tegen hem had gesproken over iets wat nog niet te zien was, heeft hij vol ontzag gehoorzaam de boot gebouwd om zijn gezin te redden. En daarmee liet hij zien hoe slecht de andere mensen waren. Want zij geloofden God níet. En omdat hij God geloofde, was God blij met hem en heeft God hem beloond.


Hebreeën 11:8
Doordat Abraham God geloofde, is hij gehoorzaam op reis gegaan toen God hem riep. Hij ging op weg naar het land dat hij later van God zou krijgen. Maar toen hij vertrok, wist hij nog niet waar hij heen ging.


Hebreeën 11:9
Doordat hij God geloofde, heeft hij in het land gewoond dat God hem had beloofd. Maar het was nog niet van hem. Hij woonde er als vreemdeling, in tenten. Net als later Izaäk en Jakob, die dezelfde belofte hadden gekregen als Abraham.


Hebreeën 11:11
Doordat Sara God geloofde, kreeg ze kracht om een kind te krijgen, ook al was ze daar al veel te oud voor. Want ze geloofde dat God hun het kind zou geven dat Hij aan hen had beloofd.


Hebreeën 11:12
Ook Abraham was al te oud om nog kinderen te kunnen krijgen. Maar door zijn geloof in God is er een groot volk uit hem ontstaan. Een volk zo ontelbaar als de sterren aan de hemel en het zand op het zeestrand.


Hebreeën 11:13
Vol geloof in God zijn zij allemaal gestorven, zonder dat ze hebben gekregen wat hun was beloofd. Ze hebben het alleen uit de verte gezien en geloofd, en ze waren er blij mee. Ze wisten dat ze als vreemdelingen op deze aarde woonden.


Hebreeën 11:17
Doordat Abraham God geloofde, heeft hij gehoorzaam zijn zoon Izaäk op het altaar gelegd om hem te offeren. God wilde hem zo op de proef stellen.


Hebreeën 11:20
Doordat Izaäk God geloofde, heeft hij aan Jakob en Ezau zijn zegen voor de toekomst gegeven.


Hebreeën 11:21
Doordat Jakob God geloofde, heeft hij vlak voordat hij stierf de twee zonen van Jozef gezegend en heeft hij God aanbeden, terwijl hij op zijn staf leunde.


Hebreeën 11:22
Doordat Jozef God geloofde, heeft hij aan het einde van zijn leven gesproken over het vertrek van het volk Israël uit Egypte. En hij gaf opdracht wat de mensen dan met zijn lichaam moesten doen.


Hebreeën 11:23
Doordat Mozes' ouders God geloofden, hebben zij Mozes na zijn geboorte drie maanden lang verborgen omdat hij een mooi kind was. Ze zijn dus niet bang geweest voor het bevel van de farao [dat alle jongetjes gedood moesten worden].


Hebreeën 11:24
Doordat Mozes God geloofde, heeft hij toen hij volwassen was geworden, geweigerd nog langer als 'zoon van farao's dochter' te leven.


Hebreeën 11:27
Doordat hij God geloofde, heeft hij Egypte verlaten zonder bang te zijn voor de wraak van de farao. Want hij had een rotsvast vertrouwen op God. Het was alsof hij God, die niet te zien is, kon zien.


Hebreeën 11:28
Doordat hij God geloofde, heeft hij het volk het Paasfeest laten vieren. Hij heeft ervoor gezorgd dat ze het bloed [van het lam] op de deurposten smeerden. Want dan zou de doods-engel hun oudste zonen niet doden.


Hebreeën 11:29
Doordat ze God geloofden, zijn ze door de Rode Zee getrokken alsof het droog land was. Maar de Egyptenaren die dat ook probeerden, verdronken allemaal.


Hebreeën 11:30
Doordat het volk God geloofde, zijn de muren van Jericho ingestort nadat het volk er zeven dagen lang omheen getrokken was.


Hebreeën 11:31
Doordat de hoer Rachab God geloofde, bleef zij in leven toen verder iedereen van de stad [Jericho] gedood werd. Ze werd gered omdat ze de spionnen had beschermd.


Hebreeën 11:33
Doordat ze God geloofden, hebben ze koningen overwonnen, wraak genomen, beloften werkelijkheid zien worden, de bekken van leeuwen dichtgebonden.


Hebreeën 11:35
Vrouwen hebben hun gestorven zonen uit de dood teruggekregen. Anderen hebben zich laten martelen zonder hun geloof te willen opgeven, omdat ze wisten dat ze na hun dood een beter leven zouden krijgen.


Hebreeën 11:39
Al deze mensen zijn door hun geloof een voorbeeld voor ons. Toch hebben zij geen van allen de belofte van God werkelijkheid zien worden.


Hebreeën 12:2
Daarbij moeten we alleen op Jezus letten, want Hij is onze Leider. Hij wijst ons de weg en gaat voor ons uit. Hij is ons voorbeeld in het geloof. Hij verdroeg de dood aan het kruis en alle schande, omdat Hij wist hoe blij Hij daarna zou zijn. Nu zit Hij naast God op de troon.


Hebreeën 12:13
Leef zoals God het wil. Dan zal je geloof niet zwakker worden, maar juist sterker. Net zoals zwakke benen die goed gebruikt worden, sterker worden.


Hebreeën 13:7
Zorg goed voor jullie leiders in de gemeente, want zij hebben jullie Gods woord geleerd. Let goed op hoe ze leven en neem hun geloof als voorbeeld voor jezelf.


Hebreeën 13:9
Geloof niet allerlei vreemde dingen die mensen jullie willen leren. Want jullie moeten vertrouwen op Gods liefdevolle goedheid, niet op allerlei regels die met het eten te maken hebben. Want de mensen die op zulke regels vertrouwden, hebben daar helemaal niets aan gehad.


Hebreeën 13:15
Laten we Hem dus aldoor prijzen. Onze woorden van dankbaarheid en van geloof zijn ons offer aan Hem in wie wij geloven.


Jakobus 1:2
Wees blij, broeders en zusters, als je geloof door allerlei moeilijkheden op de proef wordt gesteld.


Jakobus 1:4
Zo zal je geloof sterker worden en zul je een volwassen geloof krijgen. Daardoor zul je altijd het goede doen.


Jakobus 1:6
Maar je moet daar wel vol geloof om bidden, zonder te twijfelen. Want als je twijfelt, lijk je op een golf van de zee die door de wind steeds een andere kant wordt opgejaagd.


Jakobus 1:12
Als je in de verleiding komt om verkeerde keuzes te maken, is het heerlijk voor je als je toch voor het goede kiest en aan je geloof vasthoudt. Want dan zal de Heer je het eeuwige leven geven. Dat is de beloning die Hij heeft beloofd aan de mensen die van Hem houden.


Jakobus 1:13
Maar je mag nooit zeggen dat Gód jou op de proef stelt. Want God kan niet door het kwaad verleid worden om iets slechts te doen. En Hij doet Zelf ook niemand kwaad om iemands geloof op de proef te stellen.


Jakobus 1:18
Wij zijn uit Hem geboren, doordat we geloofd hebben in de waarheid van zijn woord. Dat was ook Gods plan voor ons. Zo zijn wij, van alles wat Hij heeft gemaakt, de eersten die bij Hem mogen horen.


Jakobus 1:26
Als je jezelf heel gelovig vindt, maar intussen zegt [en doet] wat je maar wil, dan houd je jezelf voor de gek. Want dan is je geloof waardeloos.


Jakobus 1:27
Zuiver en eerlijk geloof houdt voor God de Vader in: zorgen voor de weeskinderen en de weduwen die het moeilijk hebben, en niet langer meedoen met de slechte dingen die de ongelovige mensen doen.


Jakobus 2:5
Luister, lieve broeders en zusters! God heeft de arme mensen uitgekozen om rijk te zijn in het geloof. Zij hebben net zoveel recht op Gods Koninkrijk als andere mensen. Want God heeft het Koninkrijk beloofd aan iedereen die van Hem houdt.


Jakobus 2:14
Broeders en zusters, wat heeft het voor zin om te zeggen dat je gelooft, als dat niet te zien is aan wat je doet? Kan zulk geloof je redden?


Jakobus 2:17
Zo is het ook met het geloof. Jullie geloof moet te zien zijn aan wat jullie doen. Is dat niet te zien, dan is jullie geloof dood.


Jakobus 2:18
Jullie zouden kunnen antwoorden: "Ík heb geloof, en jíj doet goede dingen. [Dan doen we allebei wat.] " Als dat echt zou kunnen, laat mij dan zien dat jullie geloven, zonder iets te doen. Dan zal ik jullie mijn geloof laten zien door de dingen die ik doe.


Jakobus 2:22
Aan de dingen die Abraham deed, kun je zien dat zijn geloof echt was. Zijn geloof kreeg pas waarde door de dingen die hij deed.


Jakobus 2:23
In de Boeken staat het zo: "Abraham geloofde God en daarom noemde God hem zijn vriend. Want hij leefde zoals God het wil."


Jakobus 2:24
Jullie zien dus dat God pas blij is met mensen, als ze niet alleen geloven, maar dat geloof ook laten zien door wat ze doen.


Jakobus 2:26
Geloof zonder daden is dood. Net zoals een lichaam zonder geest dood is.


Jakobus 3:1
Broeders en zusters, jullie moeten niet allemaal leraren [in het geloof] willen zijn. Jullie weten dat leraren strenger beoordeeld zullen worden.


Jakobus 5:15
En dat gebed dat vol geloof gebeden wordt, zal je gezond maken. De Heer zal je genezen. En als je ongehoorzaam bent geweest aan God, zul je vergeving krijgen.


1 Petrus 1:5
Gods kracht bewaart en beschermt jullie door het geloof. Zo kunnen jullie aan het eind van de tijd het eeuwige leven krijgen.


1 Petrus 1:6
Wees daar blij over, ook al wordt jullie geloof nu op allerlei manieren op de proef gesteld.


1 Petrus 1:7
Maar daardoor zal blijken of jullie geloof wel écht is. Echt geloof is kostbaarder dan zuiver goud. Goud wordt in het vuur zuiver gemaakt. Zo wordt ook jullie geloof door het 'vuur' van moeilijkheden zuiver gemaakt. En wanneer Jezus Christus terugkomt, zullen jullie door Hem worden geprezen voor jullie zuivere geloof.


1 Petrus 1:9
En gered worden is immers het doel van het geloof.


1 Petrus 4:12
Lieve broeders en zusters, wees er niet verbaasd over als jullie grote moeilijkheden zullen meemaken. Want dat is helemaal niet vreemd. De duivel zal proberen om jullie geloof te vernietigen.


1 Petrus 5:9
Verzet je tegen hem, sterk in je geloof. Vergeet niet dat je broeders en zusters over de hele wereld dezelfde problemen meemaken als jij.


2 Petrus 1:1
Dit is een brief van Simon Petrus, een dienaar en boodschapper van Jezus Christus. Ik schrijf aan jullie die hetzelfde kostbare geloof hebben als ik. Dat geloof hebben we gekregen door de rechtvaardigheid van Jezus Christus. Hij is onze God en Redder.


2 Petrus 1:5
Doe daarom je best om door jullie geloof verstandig te worden. En door verstandig te worden zullen jullie God goed leren kennen.


2 Petrus 1:12
Jullie weten dit allemaal wel. Jullie hebben een vast geloof in de waarheid die jullie hebben gehoord. Maar toch ben ik van plan om jullie hier steeds weer aan te herinneren.


2 Petrus 1:16
Want toen ik jullie kwam vertellen van de kracht van onze Heer Jezus Christus en van zijn terugkomst, geloofde ik niet in een stel prachtige verzinsels. Maar ik heb zelf, met eigen ogen, zijn stralende hemelse macht en majesteit gezien.


2 Petrus 1:19
En ik geloof [ook] stellig wat de profeten vroeger hebben geprofeteerd. Het is belangrijk dat jullie goed op hun woorden letten. Want ze zijn de waarheid. Hun woorden geven licht in jullie hart, net zoals een brandende lamp licht geeft op een donkere plaats. Het licht schijnt daar, totdat de dag aanbreekt en de morgenster in jullie hart opgaat.


2 Petrus 2:9
Dus de mensen die leven zoals God het wil, worden door Hem gered uit de moeilijkheden die hun geloof op de proef stellen. Maar de mensen die zich niets van Hem aantrekken, worden door Hem gevangen gehouden tot de dag dat Hij over hen zal rechtspreken. Dan zal Hij hen straffen.


2 Petrus 3:16
Trouwens, in al zijn brieven schrijft hij over deze dingen. Soms zijn die brieven moeilijk te begrijpen. En ze worden verkeerd uitgelegd door mensen die de Heer niet goed kennen en die geen sterk geloof hebben. Zij leggen ze uit op een manier die hen het beste uitkomt. Dat doen ze ook met de andere brieven en met de Boeken. Maar daardoor zal het uiteindelijk slecht met hen aflopen.


2 Petrus 3:17
Lieve broeders en zusters, omdat jullie deze dingen nu van tevoren weten, kunnen jullie op je hoede zijn. Dan zullen jullie je niet laten meeslepen door de verkeerde dingen die slechte mensen doen, en zullen jullie je geloof niet verliezen.


1 Johannes 2:12
Kinderen [in het geloof], jullie ongehoorzaamheid aan God is vergeven door wat Jezus heeft gedaan.


1 Johannes 2:13
Vaders [in het geloof], jullie kennen Hem die vanaf het begin al is. Jonge mensen [in het geloof], jullie hebben de duivel overwonnen. Kinderen [in het geloof], jullie kennen de Vader.


1 Johannes 2:14
Vaders [in het geloof], ik zeg het nog een keer: jullie kennen Hem die vanaf het begin al is. Jonge mensen [in het geloof], ik zeg het jullie nog een keer: jullie zijn sterk [van geest] en het woord van God is in jullie en jullie hebben de duivel overwonnen.


1 Johannes 2:22
Wie is een leugenaar? Iemand die zegt dat Jezus niet de Christus is! Zo iemand is een vijand van Christus omdat hij niet gelooft in de Vader en in de Zoon.


1 Johannes 4:1
Lieve broeders en zusters, geloof niet zomaar iedereen. Ga bij iedereen na of zijn boodschap wel echt van God komt. Want er lopen heel veel bedriegers op de wereld rond.


1 Johannes 4:16
We hebben gezien en geloofd dat God heel veel van ons houdt. God is liefde. En als jullie net als God van elkaar houden, blijven jullie in God en blijft God in jullie.


1 Johannes 5:1
Als je gelooft dat Jezus de Redder is, ben je een kind van God: je bent uit God geboren. En als je van God houdt uit Wie je geboren bent, houd je ook van de andere mensen die uit Hem geboren zijn.


1 Johannes 5:4
Want iedereen die uit God geboren is, overwint de dingen van de wereld. We overwinnen de dingen van de wereld door ons geloof.


1 Johannes 5:5
Alleen als je gelooft dat Jezus de Zoon van God is, kun je de dingen van de wereld overwinnen.


1 Johannes 5:10
Als je in de Zoon van God gelooft, geloof je wat God over Hem zegt. Als je God níet gelooft, zeg je daarmee dat Hij een leugenaar is. Want je hebt niet geloofd wat Hij over zijn Zoon heeft gezegd.


3 Johannes 1:2
Mijn vriend, allereerst hoop ik dat het in alles goed met je gaat. Ik hoop dat het met je gezondheid net zo goed gaat als met je geloof.


Judas 1:3
Lieve broeders en zusters, ik wilde jullie dringend schrijven over de redding die wij allemaal hebben gekregen. Maar eerst moet ik jullie iets anders zeggen: doe je uiterste best om het geloof vast te houden dat God jullie heeft gegeven omdat jullie bij Hem horen.


Judas 1:5
Ik wil jullie eraan herinneren dat de Heer een heel volk uit Egypte heeft gered. Maar ook dat Hij de mensen van dat volk die Hem niet werkelijk geloofden, heeft gedood. Jullie weten dit wel, maar ik wil het toch nog een keer zeggen.


Judas 1:20
Maar jullie, lieve broeders en zusters, moeten ervoor zorgen dat jullie groeien in je allerheiligst geloof. Dat doe je door je bij het bidden te laten leiden door de Heilige Geest.


Openbaring 1:9
Ik, Johannes, jullie broeder, word net als jullie verdrukt. Ook ik hoor bij het Koninkrijk van God. En ook ik kan alleen volhouden dankzij Jezus. Omdat ik in Gods woord en in Jezus geloof, werd ik naar het eiland Patmos verbannen.


Openbaring 2:10
Wees niet bang voor wat jullie zullen moeten lijden. De duivel zal sommigen van jullie in de gevangenis gooien, in de hoop dat jullie je geloof zullen opgeven. Tien dagen lang zullen jullie worden verdrukt. Blijf trouw aan Mij, zelfs als je dat je leven zal kosten. Dan zal Ik jullie de levenskroon geven.


Openbaring 2:19
Ik weet wat jullie allemaal doen. Ik weet hoeveel jullie van Mij houden. Ook weet Ik hoe groot jullie geloof is en hoe jullie volhouden om Mij te dienen. En Ik weet dat wat jullie nu doen, beter is dan wat jullie vroeger deden.


Openbaring 2:25
Houd vast aan het geloof dat jullie hebben, totdat Ik terugkom.


Openbaring 3:10
Jullie zijn gehoorzaam op Mij blijven vertrouwen. Daarom zal Ik jullie redden van de moeilijke tijd die de hele wereld zal meemaken. Die moeilijke tijd zal komen om het geloof van de mensen op de proef te stellen.


Openbaring 3:11
Ik kom gauw. Houd vast aan je geloof. Zorg dat niemand jullie je beloning afneemt.


Openbaring 3:15
Ik weet wat jullie allemaal doen. Ik weet óók dat jullie geloof niet koud is en ook niet heet. Was jullie geloof maar koud of heet! Maar het is lauw.


Openbaring 6:9
Toen Hij het vijfde zegel losmaakte, zag ik onder het altaar de zielen van de mensen die waren gedood omdat ze het woord van God hadden geloofd en omdat ze andere mensen van Jezus hadden verteld.


Openbaring 6:11
Ze kregen allemaal lange witte kleren aan. En er werd tegen hen gezegd dat ze nog even geduld moesten hebben. Eerst moest hun aantal nog worden aangevuld met de gelovigen die net als zij vermoord zouden worden omdat ze het woord van God geloofden.


Openbaring 7:14
Ik zei: "Heer, [dat weet ik niet, maar] u weet het." Hij antwoordde: "Dat zijn de mensen die de tijd van grote moeilijkheden hebben meegemaakt en die vastgehouden hebben aan het geloof. Ze hebben hun kleren wit-gewassen in het bloed van het Lam.


Openbaring 12:11
En ze hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door de mensen over Jezus te vertellen. Ze hadden hun leven voor de Heer over. Ze waren niet bang om voor hun geloof te worden gedood.


Openbaring 13:10
Mensen die anderen gevangen nemen, zullen zelf gevangen genomen worden. Mensen die geweld gebruiken, zullen zelf door geweld gedood worden. Hierin worden het geloof en het geduld van de gelovigen op de proef gesteld.


Openbaring 14:12
Hieruit blijkt het geduld van de gelovigen: dat ze altijd Gods wetten gehoorzamen en hun geloof in Jezus vasthouden.


Openbaring 19:8
Ze had mooie kleren van fijn, wit linnen gekregen om aan te trekken. Dat fijne linnen is het geloof van de gelovigen. Door dat geloof zijn ze vrijgesproken van schuld.


Openbaring 20:4
En ik zag tronen. Daar gingen mensen op zitten die als rechters over de wereld moesten rechtspreken. Ik zag ook de zielen van de mensen die waren onthoofd omdat ze in Jezus en in Gods Woord geloofden. Zij hadden niet het beest en het beeld van het beest aanbeden. Ze hadden het merkteken van het beest niet op hun voorhoofd of op hun hand willen hebben. Zij waren weer levend geworden en heersten 1000 jaar lang als koningen, samen met Christus.


Dutch Bible BB BasisBijbel 2016
Copyright © 2013 Stichting BasisBijbel