A A A A A
Nederlandse Bijbel NBG 1951

Nahum 1



1

  Godsspraak over Nineve. Boek van het gezicht van Nahum, de Elkosiet.

2

  Een naijverig God en een wreker is de HERE, een wreker is de HERE en vol van grimmigheid; een wreker is de HERE voor zijn tegenstanders, en toornen blijft Hij tegen zijn vijanden.

3

  De HERE is lankmoedig, doch groot van kracht, en de HERE laat geenszins ongestraft. In wervelwind en storm is zijn weg, wolken zijn het stof zijner voeten.

4

  Hij dreigt de zee en doet haar opdrogen, alle rivieren legt Hij droog. Basan en Karmel verkwijnen, het groen van de Libanon verwelkt.

5

  De bergen beven voor Hem en de heuvelen versmelten; de aarde rijst voor Hem op, ja, de wereld en al haar bewoners.

6

  Wie kan standhouden voor zijn gramschap? wie staande blijven bij zijn brandende toorn? Zijn grimmigheid stort zich uit als vuur en de rotsen springen voor Hem aan stukken.

7

  De HERE is goed, een sterkte ten dage der benauwdheid; Hij kent hen die bij Hem schuilen.

8

  Maar met een overstromende vloed maakt Hij haar plaats geheel teniet, en zijn vijanden vervolgt Hij, de duisternis in.

9

  Wat gij ook tegen de HERE bedenkt, vernietiging brengt Hij teweeg; geen tweemaal verheft zich de benauwdheid.

10

  Want – verward als zij zijn gelijk doornen, en beschonken naar hun dronkemansaard – zij worden als droge stoppelen geheel en al verteerd.

11

  Uit u is voortgekomen een die kwaad bedacht tegen de HERE, een die snode plannen beraamde.

12

  Zo zegt de HERE: Al zijn zij ook in volle kracht en nog zo talrijk, toch zullen zij zó afgemaaid worden, dat zij vergaan; al heb Ik u vernederd, Ik zal u niet meer vernederen,

13

  maar nu zal Ik zijn juk van u afnemen en verbreken, en uw banden zal Ik verscheuren.

14

  Tegen u echter gebiedt de HERE: Uw naam zal niet meer voortgeplant worden; uit het huis uwer goden zal Ik uitroeien de gesneden en de gegoten beelden. Uw graf zal Ik bereiden, want gij zijt te licht bevonden.

15

  Zie, op de bergen de voeten van de vreugdebode die heil verkondigt. Vier, o Juda, uw feesten, betaal uw geloften! Want voortaan zal de snoodaard niet meer door u heentrekken, hij is geheel en al uitgeroeid.

Dutch NBG Bible 1951
Public Domain 1951