A A A A A
Submit Image
Nederlandse Bijbel NBG 1951

Ezechiël 15



1

  Het woord des HEREN kwam tot mij:

2

  Mensenkind, wat heeft het hout van de wijnstok vóór op alle ander rankendragend hout tussen de bomen van het woud?

3

  Neemt men daarvan hout om dat tot iets te verwerken of maakt men daarvan een pin om er van alles aan op te hangen?

4

  Zie, het wordt tot voedsel aan het vuur gegeven; het vuur heeft de beide uiteinden verteerd, het middenstuk brandt: deugt het nog om verwerkt te worden?

5

  Zelfs toen het nog gaaf was, werd het niet tot iets verwerkt; hoeveel te minder, als het vuur het verteerd heeft, en het verbrand is; zal het dan nog tot iets worden verwerkt?

6

  Daarom, zo zegt de Here HERE: zoals Ik onder het geboomte van het woud het hout van de wijnstok tot voedsel aan het vuur gegeven heb, zó zal Ik de inwoners van Jeruzalem overgeven.

7

  Ik zal mijn aangezicht tegen hen richten; al zijn zij aan het vuur ontkomen, toch zal het vuur hen verteren. En gij zult weten, dat Ik de HERE ben, wanneer Ik mijn aangezicht tegen hen keer

8

  en het land tot een woestenij maak, omdat zij ontrouw geworden zijn, luidt het woord van de Here HERE.

Dutch NBG Bible 1951
Public Domain 1951