A A A A A
Nederlandse Bijbel NBG 1951

Psalmen 16



1

  Een kleinood van David. Bewaar mij, o God, want bij U schuil ik.

2

  Ik heb tot de HERE gezegd: Gij zijt mijn Here, ik heb geen goed buiten U.

3

  Wat betreft de heiligen die in den lande zijn: zij zijn de heerlijken in wie al mijn welbehagen is.

4

  Vele zijn de smarten van hen die dingen naar de gunst van een andere (god); ik zal hun plengoffers van bloed niet plengen, zelfs hun namen op mijn lippen niet nemen.

5

  O HERE, mijn erfdeel en mijn beker, Gij zelf bestendigt wat het lot mij toewees.

6

  De meetsnoeren vielen mij in liefelijke dreven, ja, mijn erfdeel bekoort mij.

7

  Ik prijs de HERE, die mij raad heeft gegeven, zelfs bij nacht onderwijzen mij mijn nieren.

8

  Ik stel mij de HERE bestendig voor ogen; omdat Hij aan mijn rechterhand staat, wankel ik niet.

9

  Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel, zelfs mijn vlees zal in veiligheid wonen;

10

  want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk, noch laat Gij uw gunstgenoot de groeve zien.

11

  Gij maakt mij het pad des levens bekend; overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw rechterhand, voor eeuwig.

Dutch NBG Bible 1951
Public Domain 1951