Oude Testament
Nieuwe Testament
Nederlandse Bijbel 2007
← 46

Jeremia 47

48 →
1

DE FILISTIJNEN Dit is de boodschap van de HERE aan Jeremia over de Filistijnen, voordat de stad Gaza werd ingenomen door de Egyptenaren.

2

De HERE zegt: Een vloed komt uit het noorden opzetten om het land van de Filistijnen te overstromen; hij zal hun steden en alles en iedereen die zich erin bevindt, verwoesten. De mensen zullen schreeuwen van angst en het hele land zal huilen.

3

Hoor de kletterende hoeven en de ratelende wagenwielen als de strijdwagens naderbij razen; vaders vluchten weg zonder om te kijken naar hun hulpeloze kinderen,

4

want de tijd is gekomen dat alle Filistijnen, de laatst overgebleven bondgenoten van Tyrus en Sidon, worden vernietigd. Want de HERE vernietigt de Filistijnen, die kolonisten uit Kaftor.

5

De steden Gaza en Askelon zullen met de grond worden gelijkgemaakt. Alleen puinhopen zullen ervan overblijven. O nakomelingen van de Enakieten, wat zult u klagen en rouwen!

6

"Zwaard van de HERE, wanneer zult u weer tot rust komen?" zullen zij roepen. "Ga terug in uw schede; rust en wees stil!"

7

Maar hoe kan het zich rustig houden als de HERE het opdracht heeft gegeven? Want de stad Askelon en de kustbewoners moeten van Hem worden vernietigd.

Dutch Bible 2007
Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®