Oude Testament
Nieuwe Testament
Nederlandse Bijbel 2007
← 20

Psalmen 21

22 →
1

Een psalm van David voor de koordirigent.

2

HERE, de koning verheugt zich over Uw macht. Met vreugde spreekt hij over het heil dat U geeft.

3

U vervulde zijn grootste wens; wat hij U vroeg, hebt U hem niet geweigerd.

4

U komt hem tegemoet met overvloed en geeft hem een prachtige gouden kroon.

5

Hij vroeg U te mogen leven; dat stond U hem toe tot in hoge ouderdom.

6

Dank zij U is hij beroemd en geëerd. U gaf hem aanzien en majesteit.

7

U zegent hem rijk en geeft hem een hart vol blijdschap.

8

Allemaal omdat de koning op de HERE vertrouwt; door de goedheid en de liefde van de Allerhoogste God faalt hij niet.

9

HERE, U weet Uw vijanden te vinden; wie U haten, zullen niet aan U ontkomen.

10

Wanneer U komt, HERE, zullen zij door Uw toorn verbranden; U zult hen vernietigen. In het vuur zullen zij omkomen.

11

Zelfs hun kinderen zult U wegdoen van deze aarde en hun nageslacht zal niet bestaan.

12

Als zij proberen U kwaad te doen en slechte plannen maken, zal dat hun niet lukken.

13

U laat hen vluchten; U richt Uw pijlen op hun gezicht.

14

Toon Uw kracht, HERE, dan zullen wij liederen zingen tot Uw eer.

Dutch Bible 2007
Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®