Oude Testament
Nieuwe Testament
Dutch Bible 1939
← 74

Psalmen 75

76 →
1

Voor muziekbegeleiding; met harpen. Een psalm van Asaf; een lied.

2

God heeft Zich in Juda doen kennen, Ontzaglijk is in Israël zijn Naam!

3

Zijn tent staat in Sjalem, Zijn woning op Sion:

4

Daar sloeg Hij de schichten van de boog, Schild en zwaard en strijdknots stuk!

5

Vol majesteit straalt Gij Uit de eeuwige bergen

6

Kloeke harten werden ontmoedigd en vielen in slaap, De arm ontzonk alle dappere strijders;

7

God van Jakob, door uw dreigen Werden ruiters en paarden versuft.

8

Geweldig zijt Gij! Wie houdt voor U stand, Als uw toorn is ontstoken?

9

Toen Gij uit de hemel uw vonnis deedt horen, Werd de aarde stil van ontzetting:

10

Toen Gij opstondt ten oordeel, o God, Om alle ongelukkigen in het Land te redden.

11

Alle stammen der mensen moeten U prijzen, Wat uw toorn heeft gespaard, U feestelijk loven!

12

Doet geloften aan Jahweh, uw God, en blijft ze trouw, Brengt Hem geschenken, gij allen, die rond Hem moogt wonen:

13

Den Geweldige, die de hoogmoed der vorsten vernedert, Die door de koningen der aarde wordt gevreesd!

Dutch Bible 1939
Public Domain: Peter Canisius 1939