Oude Testament
Nieuwe Testament
Nederlandse Bijbel 1939
← 124

Psalmen 125

126 →
1

Een bedevaartslied. Toen Jahweh Sion uit de ballingschap bracht, Was het ons als een droom;

2

Toen werd onze mond met lachen gevuld, Onze tong met gejubel. Toen zei men onder de volken: "Jahweh heeft hun grote dingen gedaan!"

3

Ja, grote dingen heeft Jahweh ons gedaan; En daarom zijn wij verheugd!

4

Ach Jahweh, wend ons lot weer ten beste, Als voor de dorre greppels van Négeb:

5

Die nu zaaien met tranen, Laat ze maaien met jubel!

6

Met geween trekt men op, Om het zaad uit te strooien: Maar met gejuich keert men terug, Met schoven beladen!

Dutch Bible 1939
Public Domain: Peter Canisius 1939