Oude Testament
Nieuwe Testament
Nederlandse Bijbel 1939
← 28

Matteüs 1

2 →
1

Geschiedboek van Jesus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.

2

Abraham won Isaäk. Isaäk won Jakob. Jakob won Juda en zijn broeders.

3

Juda won Fares en Zara bij Tamar. Fares won Esron. Esron won Aram.

4

Aram won Amminadab. Amminadab won Naässon. Naässon won Salmon.

5

Salmon won Boöz bij Rachab. Boöz won Obed bij Rut. Obed won Jesse. Jesse won koning David.

6

David won Sálomon bij de vrouw van Urias.

7

Sálomon won Róboam. Róboam won Abias. Abias won Asaf.

8

Asaf won Jósafat. Jósafat won Joram. Joram won Ozias.

9

Ozias won Jóatam. Jóatam won Achaz. Achaz won Ezekias.

10

Ezekias won Manasses. Manasses won Amon. Amon won Josias.

11

Josias won Jekonias en zijn broeders omstreeks de tijd der wegvoering naar Babylon.

12

En na de wegvoering naar Babylon won Jekonias Salátiël. Salátiël won Zoróbabel.

13

Zoróbabel won Abióed. Abióed won Eljakim, Eljakim won Azor.

14

Azor won Sadok. Sadok won Achim. Achim won Elióed.

15

Elióed won Eleazar. Eleazar won Matan. Matan won Jakob.

16

Jakob won Josef, den man van Maria, uit wie Jesus geboren is, die Christus genoemd wordt.

17

Tezamen dus zijn er van Abraham tot David veertien geslachten, en van David tot de wegvoering naar Babylon veertien geslachten, en van de wegvoering naar Babylon tot den Christus veertien geslachten.

18

De geboorte van Jesus Christus geschiedde aldus. Toen Maria zijn moeder verloofd was met Josef, werd zij, voordat ze gingen samenwonen, in gezegende toestand bevonden van den Heiligen Geest.

19

Daar Josef, haar man, een rechtvaardige was, en haar niet te schande wilde maken, besloot hij, in stilte van haar te scheiden.

20

Terwijl hij met die gedachte omging, zie, daar verscheen hem in een droom een engel des Heren, en sprak: Josef, zoon van David, vrees niet, Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want wat in haar is geboren, is van den Heiligen Geest.

21

Ze zal een zoon baren, en ge zult Hem Jesus noemen; want Hij zal zijn volk verlossen van hun zonden.

22

Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door den profeet, die zegt:

23

"Zie, de maagd zal ontvangen, en een zoon baren; en men zal Hem Emmánuel noemen"; dat is vertaald: God met ons.

24

Toen Josef uit de slaap was ontwaakt, deed hij zoals de engel des Heren hem had bevolen; en hij nam zijn vrouw tot zich.

25

Maar hij bekende haar niet, totdat zij een zoon had gebaard; en hij noemde Hem Jesus.

Dutch Bible 1939
Public Domain: Peter Canisius 1939