Bijbel in een jaar


Oktober 20


Jesaja 53:1-12
1. Maar ach, wat zijn er weinig die het geloven! Wie zal luisteren? Aan wie zal God Zijn reddende macht openbaren?
2. In Gods ogen was Hij een groene scheut, die groeide aan een wortel in droge en onvruchtbare grond. Maar in onze ogen had Hij niets aantrekkelijks. Niets dat maakte dat wij Hem graag wilden aanvaarden.
3. Wij verafschuwden en verachtten Hem, een man van zorgen, vertrouwd met het bitterste verdriet. Wij keerden Hem de rug toe en keken de andere kant op als Hij langs kwam. Hij werd veracht en dat deed ons niets.
4. Maar het was ons leed dat Hij droeg, ons lijden drukte Hem neer. Wij dachten dat Zijn lijden een straf van God was voor Zijn eigen zonden!
5. Maar Hij werd doorstoken en verbrijzeld terwille van onze zonden. Hij werd zwaar gestraft zodat wij vrede konden hebben; Hij werd geslagen en daardoor werden wij genezen!
6. Wij zijn het, die als schapen afdwaalden! Wij verlieten Gods paden en gingen onze eigen weg. Desondanks legde God de schuld en zonden van ons allen op Hem!
7. Hij werd in een hoek gedreven en mishandeld, maar zei geen woord. Hij werd als een lam naar de slachtbank geleid; zoals een schaap onder het scheren geen geluid maakt, stond ook Hij zwijgend voor degenen die Hem veroordeelden.
8. Vanuit de angst en de benauwdheid werd Hij bevrijd. Wie zal Zijn leeftijd kunnen bepalen? Hij werd immers afgesneden van het leven? Maar wie van al die mensen realiseerde zich toen dat het hun zonden waren, waarvoor Hij stierf? Dat Hij hun straf op Zich nam?
9. Men had Hem als misdadiger willen begraven, maar Hij werd gelegd in het graf van een rijke; omdat Hij niets had misdaan, nooit een verkeerd woord had gezegd en in Hem geen onrecht werd gevonden.
10. Maar het was de bedoeling van de HERE dat Hij werd verbrijzeld en met verdriet overladen. Wanneer Hij Zijn leven heeft geofferd voor de zonde, zal Hij talloze nakomelingen krijgen; vele erfgenamen. Hij zal opnieuw leven en Gods voornemen zal bij Hem in goede handen zijn.
11. En als Hij ziet wat allemaal is bereikt door Zijn zware lijden, zal Hij voldoening smaken. Door wat Hij heeft ondervonden, zal mijn rechtvaardige dienaar vele mensen rechtvaardig maken in de ogen van God, want Hij zal al hun zonden dragen.
12. Daarom zal Ik Hem de eerbewijzen geven van iemand, die machtig is en hoog in aanzien staat; want Hij heeft zichzelf in de dood gegeven. Hij werd beschouwd als een zondaar, maar droeg de zonden van velen. Hij pleitte bij God voor overtreders.

Jesaja 54:1-17
1. Zing, kinderloze vrouw! Barst uit in luid en vrolijk gezang, u, die nooit moeder bent geworden. Want er zijn meer verlaten kinderen dan die welke nog een moeder hebben.
2. Maak uw huis groter, bouw er stukken bij aan; breid uw huis uit!
3. Want u zult uit uw voegen barsten! Uw nakomelingen zullen de steden in bezit nemen, die tijdens de ballingschap werden verlaten en zij zullen regeren over de volken die hun land in bezit namen.
4. Wees niet bang; u zult niet langer in schande leven. Aan de schande van uw jeugd en de zorgen van uw weduwschap zal niet meer worden gedacht.
5. Want uw schepper zal uw 'echtgenoot' zijn. HERE van de hemelse legers is Zijn naam; Hij is uw verlosser, de Heilige van Israël, de God van de hele aarde.
6. Want de HERE heeft u uit uw verdriet omhoog getrokken (-) een jonge vrouw, verstoten door haar echtgenoot.
7. Voor een korte tijd heb Ik u verstoten. Maar met een groot medelijden zal Ik u weer bij Mij laten terugkomen.
8. In een moment van toorn keerde Ik mijn gezicht voor een korte tijd van u af, maar met eeuwige ontfermende liefde zal Ik Mij over u ontfermen, zegt de HERE, uw verlosser.
9. Net als in de tijd van Noach, toen Ik zwoer dat Ik de aarde nooit meer door een grote watervloed zou laten overstromen, zweer Ik nu dat Ik mijn toorn nooit meer zo over u zal uitgieten als nu het geval is.
10. Want de bergen kunnen wegzakken en de heuvels verdwijnen, maar mijn eeuwige ontfermende liefde zal u niet verlaten. Mijn belofte van vrede aan u zal nooit worden gebroken, zegt de HERE, Die Zich over u ontfermt.
11. Ach mijn mishandeld volk, uit het lood geslagen en diep in de problemen, Ik zal u herbouwen op een fundament van saffieren. De muren van uw huizen zal Ik van kostbare juwelen maken.
12. Ik zal uw torens van glinsterend agaat en uw poorten en muren van glanzend edelgesteente maken.
13. En al uw inwoners zal Ik onderwijzen en zij zullen grote voorspoed hebben.
14. U zult leven onder een rechtvaardig en eerlijk bewind. Uw vijanden zullen op een eerbiedige afstand blijven; in vrede zult u leven. De verschrikkingen van een oorlog zullen u niet meer teisteren.
15. Als een volk tegen u ten strijde trekt, ben Ik het niet, Die hen stuurt om u te straffen. Daarom zal dat volk worden verslagen, want Ik sta aan uw kant.
16. Ik schiep de smid, die de kolen in de oven aanblaast en vernietigingswapens maakt. En Ik maakte de legers, die vernietiging zaaien.
17. Maar in die tijd zal geen enkel wapen dat tegen u wordt opgeheven, succes hebben en elke leugen die in de rechtszaal tegen u wordt ingebracht, zult u kunnen weerleggen. Dat is de erfenis van de dienaars van de HERE. Dit is de zegen die Ik u heb gegeven, zegt de HERE.

Psalmen 113:1-4
1. Prijs de HERE! Dienaars van de HERE, loof en prijs Zijn naam!
2. Laat de naam van de HERE worden geprezen en geëerd, nu en tot in eeuwigheid.
3. Over de hele aarde moet de naam van de HERE worden geprezen.
4. De HERE staat boven alle mensen en volken. Hoog boven de hemelen troont Zijn heerlijkheid.

Prediker 26:17-19
17. Een voorbijganger, die zich in een ruzie mengt die hem niet aangaat, is net zo gevaarlijk bezig als iemand die een hond uitdaagt.
18. Wie zonder aanleiding als een razende zijn pijlen en bedreigingen om zich heenwerpt,
19. is te vergelijken met iemand die zijn naaste bedriegt en dan zegt: "Ach, ik deed het toch voor de grap?"

Efeziërs 3:1-21
1. Ik zit terwille van Christus Jezus in de gevangenis, omdat ik zeg dat u, die geen Joden van geboorte bent, ook tot Gods huis behoort.
2. U hebt ongetwijfeld gehoord dat God zo goed is geweest mij een speciale taak voor u te geven.
3. Wat ik hiervoor in het kort schreef, was tot nog toe onbekend. Maar God heeft het mij duidelijk gemaakt.
4. Daaraan kunt u zien hoe goed ik begrijp wat voor bedoeling God met Christus heeft.
5. Vroeger is dat altijd voor de mensen verborgen gebleven, maar nu heeft God het door de Heilige Geest aan Zijn apostelen en profeten bekendgemaakt.
6. Het komt hierop neer: Door het goede nieuws te geloven, worden niet-Joden gelijk aan de Joden. Zij delen mee in de rijke erfenis. Zij horen bij hetzelfde lichaam, de Gemeente; en voor hen geldt dezelfde belofte in Christus Jezus.
7. God heeft mij de taak gegeven dit overal bekend te maken. Dat is een geweldig voorrecht! Ik kan het alleen maar omdat God zo goed is mij er steeds weer de kracht voor te geven.
8. En dan te bedenken dat ik de minste van alle gelovigen ben! Alleen door de genade van God mag ik andere volken op de onvoorstelbare rijkdom van Christus wijzen.
9. Ik mag de mensen laten zien hoe God, Die alles gemaakt heeft, Zijn verborgen plan uitvoert. Het plan dat Hij vanaf het begin voor Zich heeft gehouden.
10. God wil door de Gemeente aan de geestelijke heersers en machten laten zien hoe rijk en volmaakt Zijn wijsheid is.
11. Het is altijd Zijn bedoeling geweest dat door onze Here Jezus Christus bekend te maken.
12. Nu kunnen wij, die in Jezus Christus geloven, zonder angst en vol vertrouwen in Gods directe nabijheid komen.
13. Verlies dus de moed niet door alles wat mij wordt aangedaan. Ik maak het allemaal door voor u; u zou het als een eer moeten beschouwen.
14. Wanneer ik eraan denk hoe wijs en groot Gods plan is, val ik op mijn knieën voor Hem neer.
15. Hij is de Vader van al Zijn kinderen, zowel in de hemel als op aarde.
16. Ik vraag Hem u vanuit Zijn heerlijke rijkdom de innerlijke kracht van de Heilige Geest te geven.
17. Ik bid dat Christus meer en meer in u mag wonen, naarmate u Hem meer gaat vertrouwen. Dat u geworteld zult zijn in Gods liefde en daarop uw leven zult bouwen.
18. Dan zult u, samen met alle gelovigen, zien hoe breed, lang, hoog en diep de liefde van Christus is.
19. U zult ervaren en begrijpen dat die liefde van Christus ons menselijk verstand te boven gaat. Uw hele wezen zal dan vol van God zijn.
20. God kan oneindig veel meer doen dan wij ooit kunnen bidden of beseffen. Dat blijkt uit de kracht die in ons werkt.
21. Hem komt voor altijd en eeuwig alle eer toe in de Gemeente door Jezus Christus. Amen!